ECLI:NL:RBZWB:2026:5223

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448163 / FA RK 26-2482
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig psychisch nadeel en risico op levensgevaar

Betrokkene verblijft sinds kort onder een crisismaatregel in een ziekenhuis na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene verzet zich tegen een langdurige opname en wil slechts kort blijven voor observatie en diagnose.

Tijdens de zitting zijn medische deskundigen gehoord die ernstige psychische problemen en lichamelijke ontregeling constateren, waaronder een psychotische gedachtegang met dreiging richting familieleden. Betrokkene eet en drinkt nauwelijks en vertoont verward gedrag, wat leidt tot ernstige zorgen over haar veiligheid en die van haar omgeving.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. De toegewezen verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.

De machtiging wordt verleend voor de duur van drie weken, tot en met 5 juni 2026, met het oog op stabilisatie en behandeling van betrokkene. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken vanwege ernstig psychisch nadeel en risico op levensgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448163 / FA RK 26-2482
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 in ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, bijgestaan door een tolk;
  • de heer [naam 1], psychiater;
  • mevrouw [naam 2], verpleegkundige;
  • de heer [naam 3], huisarts in opleiding.
Tevens was aanwezig bij de mondelinge behandeling, maar is niet gehoord, mevrouw [naam 4], co-assistent.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [ziekenhuis]. De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 12 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat zij zichzelf hier niet heeft gebracht. Ze vermoedt dat dat is gebeurd omdat mensen van de zorg hebben gezegd dat het niet goed gaat. Betrokkene wil maximaal drie dagen blijven zodat er een beoordeling kan plaatsvinden en een diagnose kan worden gesteld. Ze wil niet drie weken blijven. Betrokkene zegt al vanaf kinds af aan problemen te hebben, maar ze wil niet uitgebreid over haar situatie vertellen, want volgens haar weet elk instituut in Nederland daar al van.
4.2.
De psychiater zegt dat betrokkene deze ochtend is overgebracht. Er zijn zorgen op lichamelijk vlak omdat betrokkene niet eet en drinkt. Er is ook sprake van een psychotische gedachtegang en vanuit daar is dreiging richting familieleden. Betrokkene moet volgens de psychiater in het ziekenhuis verblijven omdat haar bloeduitslagen een ontregeling laten zien. De familie van betrokkene maakt zich grote zorgen. De situatie van betrokkene verergert snel. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor verminderd ziekte-inzicht en ziektebesef. De psychiater vindt het belangrijk om als eerste stap de lichamelijke situatie van betrokkene weer stabiel te krijgen en mogelijk vocht en voeding toe te dienen.
4.3.
De huisarts in opleiding zegt betrokkene net tijdens de opname even gesproken te hebben. Betrokkene gaf toen aan dat eten en drinken niet nodig was omdat ze nog rechtop zit en praat.
4.4.
De verpleegkundige zegt betrokkene nog niet te hebben gesproken, alleen de huisarts in opleiding heeft contact gehad met betrokkene tijdens de intake.
4.5.
De advocaat zegt dat het standpunt van betrokkene wat lastig te bepalen is. De advocaat ziet dat er een vermoeden van psychische problematiek is en dat daaruit ernstig nadeel voortvloeit omdat betrokkene niet goed voor zichzelf zorgt. De advocaat vindt het nog wat vroeg om wat te kunnen zeggen over de mogelijkheden voor een vrijwillige opname.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene de afgelopen weken toenemend verward is geraakt. Betrokkene eet en drinkt nauwelijks. Daarnaast denkt betrokkene dat de duivel in haar man en kinderen zit. Betrokkene praat bijna niet en is afwerend in gesprek. Ze is overdag veel weg en zwerft dan over straat. Betrokkene heeft vermoedelijk alle messen uit haar op haar kamer verzameld. Ze heeft aangegeven haar dochter te willen doden. De echtgenoot van betrokkene is erg bang dat zij haar kinderen of zichzelf iets aan doet.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenispectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene wil maximaal drie dagen blijven om geobserveerd te kunnen worden en een diagnose te kunnen stellen. Een langere opname wil betrokkene niet.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.