ECLI:NL:RBZWB:2026:5224

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447833 / FA RK 26-2304
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:250 BWArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarigen in strafzaak moeder

De man verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het inschakelen van een slachtofferadvocaat voor zijn minderjarige kinderen in de strafprocedure tegen hun moeder, die wordt verdacht van een poging tot doodslag op een van de kinderen. De vrouw is het niet eens met dit verzoek en verzoekt subsidiair om benoeming van een bijzondere curator.

De rechtbank overweegt dat het inschakelen van een slachtofferadvocaat via vervangende toestemming de tegenstrijdige belangen van de ouders in stand houdt, wat niet in het belang van de kinderen is. Daarom wijst zij het primaire verzoek af.

De rechtbank benoemt vervolgens een bijzondere curator die een neutrale positie inneemt en de belangen van de minderjarigen kan behartigen, inclusief het beslissen over het inschakelen van een slachtofferadvocaat. De bijzondere curator zal gesprekken voeren met de betrokkenen en haar taak beëindigen na de strafprocedure, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: Het primaire verzoek tot vervangende toestemming wordt afgewezen en een bijzondere curator wordt benoemd om de belangen van de minderjarigen te behartigen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/447833 / FA RK 26-2304
beschikking van 15 mei 2026
in de zaak van
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M. de Houck in Terneuzen,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,
advocaat: mr. R. Wouters in Middelburg,
over de minderjarigen:
-
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2020, hierna: [minderjarige 1] ,
-
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2025, hierna: [minderjarige 2] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de kantonrechter over het verzoek geadviseerd.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 29 april 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het door mr. Wouters op 11 mei 2026 ingediende F9-formulier met bijlagen;
- de door mr. Wouters tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnota.
1.2
Het verzoek is mondeling behandeld op 15 mei 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man met zijn advocaat en de advocaat van de vrouw. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad. De vrouw is juist opgeroepen, maar heeft via de advocaat bericht niet te zullen verschijnen.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn met elkaar getrouwd. Namens de man is een verzoek tot echtscheiding ingediend welke op 17 oktober 2025 is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.
2.2
Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
2.3
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de man.
2.4
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

3.Het verzoek

3.1
De man verzoekt:
Primair:
de man, met een beroep op artikel l:253a, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij
voorraad, vervangende toestemming te verlenen voor het inschakelen van een
(slachtoffer)advocaat, ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en
het nemen van de daarvoor noodzakelijke juridische stappen, waaronder het
voegen als benadeelde partij in de strafprocedure met kenmerk 02-220291-25
alsmede een eventueel hieruit voortvloeiend hoger beroep en eventuele overige
civielrechtelijke schadevergoedingsprocedures;
Subsidiair:
een bijzondere curator te benoemen over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
ex. artikel 1:250 BW Pro;
Zowel primair als subsidiair:
de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2
De vrouw is het niet eens met het verzoek van de man en verzoekt primair dit verzoek af te wijzen. Ze verzoekt subsidiair het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator toe te wijzen.
3.3
Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om het verzoek te beoordelen, hierna ingegaan.

4.De standpunten en de beoordeling

4.1.
Door en namens de man is gesteld dat de vrouw ervan wordt verdacht dat ze [minderjarige 2] op 29 juli 2025 geprobeerd heeft om het leven te brengen. De inhoudelijke behandeling van deze strafzaak volgt op 29 mei 2026. [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en de man hebben schade ondervonden aan wat de vrouw wordt verweten. De man wil dat dit erkend wordt en dat de kinderen een slachtofferadvocaat krijgen toegewezen om hun belangen te behartigen en om eventueel een schadevergoedingsvordering in te dienen. Door er vanuit te gaan dat de schadevergoeding binnen het eventuele te verrekenen vermogen van de ouders valt en door er vanuit te gaan dat de vrouw ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, wordt er door de vrouw op de zaken vooruit gelopen. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een zodanig belangenconflict dat vervangende toestemming niet volstaat, verzoekt de man subsidiair om benoeming van een bijzondere curator ex artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW).
4.2.
Door mr. Wouters is gesteld dat de vrouw ontoerekeningsvatbaar was op het moment dat ze het feit waarvan ze verdacht wordt zou hebben gepleegd. Deze situatie kent dan ook alleen slachtoffers. Uit de huwelijkse voorwaarden vloeit voort dat een schadevergoeding die de vrouw mogelijk verschuldigd zou zijn aan één of beide kinderen verrekend dient te worden tussen de ouders. Het vaststellen van een schadevergoeding is financieel en praktisch gezien dan ook zinloos. Hiernaast zal [minderjarige 2] zich later een mening vormen over hetgeen is gebeurd. Het wel of niet instellen van een schadevergoeding maakt bij dit beeld een groot verschil; het diskwalificeert de moeder nog meer. Hierbij is er ook namens [minderjarige 1] een vordering ingediend, terwijl hij niet bij het feit aanwezig was en geen schade heeft als gevolg van het feit.
4.3.
Door de Raad is gesteld dat het momenteel te vroeg is voor de man om de vrouw te kunnen ontschuldigen. Uiteindelijk zal dit wel in het belang van de kinderen zijn. Een schuldige aanwijzen is in deze situatie lastig, maar erkennen dat dit is gebeurd is voor de kinderen belangrijk. Een eventuele vordering tot schadevergoeding kan hierbij een symbolische waarde hebben voor de kinderen. Een bijzondere curator zou echter ook passend kunnen zijn, omdat hij/zij een neutrale positie heeft en zo de belangen van de kinderen kan behartigen.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. Ze vindt het, net als de Raad, belangrijk dat er iemand bij de kinderen betrokken raakt die een neutrale positie heeft omdat de man en de vrouw elk een ander belang hebben op dit onderwerp. Op het moment dat het primaire verzoek van de man om vervangende toestemming te verlenen voor het inschakelen van een (slachtoffer)advocaat, ten behoeve [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en het nemen van de daarvoor noodzakelijke juridische stappen waaronder het voegen als benadeelde partij in de strafprocedure wordt toegewezen, worden de verschillende – tegenstrijdige - belangen van de ouders in stand gehouden. Dit vindt de kantonrechter niet in het belang van de kinderen. Het primaire verzoek van de man zal dan ook worden afgewezen.
4.5.
De kantonrechter komt dan ook toe aan beoordeling van het subsidiaire verzoek van de man. De kantonrechter vindt dat met de inzet van een neutraal persoon de belangen van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] het beste kunnen worden behartigd. De kantonrechter vindt het hierbij belangrijk dat er vanuit deze neutrale positie kan worden besloten of het in het belang is van [minderjarige 2] en/of [minderjarige 1] om al dan niet een slachtofferadvocaat in te schakelen in de strafzaak van de vrouw. Het subsidiaire verzoek van de man zal dan ook worden toegewezen.
4.6.
Artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende het vermogen van de minderjarigen de belangen van (één van de) met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarigen, kan de kantonrechter, indien dit in het belang van de minderjarigen noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarigen terzake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
4.7.
Gelet op hetgeen hiervoor gesteld en overwogen, is gebleken dat zich een belangenstrijd voordoet in de zin van artikel 1:250 BW Pro. De kantonrechter acht het dan ook in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dat er een bijzondere curator wordt benoemd om hun belangen voorop te stellen en hen – indien nodig – in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
4.8.
Mr. E. Sijnesael kantoorhoudende te Middelburg, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de kantonrechter worden benoemd.
4.9.
De bijzondere curator dient te onderzoeken of, en zo ja, hoe de (al dan niet vermogensrechtelijke) belangen van [minderjarige 2] en/of [minderjarige 1] in de strafprocedure van de vrouw met kenmerk 02-220291-25, die inhoudelijk op 29 mei 2026 wordt behandeld, kunnen worden behartigd.
4.10.
De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met [minderjarige 1] , de man en de vrouw. [minderjarige 2] is daarvoor nog te jong. Het staat de bijzondere curator vrij gesprekken te voeren met anderen die informatie over de situatie van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] kunnen verschaffen.
4.11.
Nadat de strafprocedure inhoudelijk behandeld is en er een uitspraak is gedaan, wordt de bijzondere curator geacht haar taak te hebben volbracht. Daarmee zijn de werkzaamheden van de bijzondere curator geëindigd, waarop mr. Sijnesael van haar taak als bijzondere curator ontslagen zal worden, tenzij er een hoger beroep procedure wordt ingesteld in de strafprocedure van de vrouw.
4.12.
De kantonrechter wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.
4.13.
Voorts verzoekt de kantonrechter de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek in acht te nemen.
4.14.
Dit brengt mee dat als volgt wordt beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator over de hiervoor genoemde minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] :
mr. E. Sijnesael,
kantoorhoudende te 4331 GC Middelburg, Damplein 3,
5.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 in aanwezigheid van drs. Swint, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.