ECLI:NL:RBZWB:2026:5225

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448049 / FA RK 26-2421
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel bij minderjarige met psychische stoornissen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor een minderjarige betrokkene die verblijft in een zorgaccommodatie. De crisismaatregel was op 11 mei 2026 door de burgemeester van Goes afgegeven. Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, een behandelaar en haar moeder gehoord.

Betrokkene gaf aan dat de afgelopen periode erg hectisch was en zij graag naar huis wil om haar normale activiteiten zoals sporten weer op te pakken. De behandelaar stelde dat betrokkene op de afdeling eerder achteruitgaat dan opknapt en dat een opname niet doelmatig is. Behandeling in een ambulant kader via Intensive Home Treatment (IHT) wordt opgestart, waar betrokkene ook voor openstaat. De moeder onderschreef het belang van terugkeer naar huis naast therapieën. De advocaat bepleitte afwijzing van het verzoek omdat betrokkene zelf hulp zocht en de huidige setting niet geschikt is.

De rechtbank concludeerde dat er weliswaar sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornissen, maar dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is en niet voldoet aan de wettelijke criteria. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van doelmatigheid en wettelijke criteria.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448049 / FA RK 26-2421
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van der Sande;
  • mevrouw [naam 1] , behandelaar;
  • mevrouw [naam 2] , moeder van betrokkene.
1.3.
Tevens was een verpleegkundige van de afdeling aanwezig. Zij is niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 11 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft op de zitting aan dat het een heftige tijd is geweest. De afgelopen twee maanden waren erg hectisch en alles ging fout. Betrokkene vergelijkt het met een bal die je onder water probeert te houden maar opeens naar boven schiet. Betrokkene wil graag naar huis toe zodat zij het sporten en leuke dingen doen weer kan oppakken.
4.2.
De behandelaar verklaart tijdens de zitting dat betrokkene op de afdeling eerder achteruitgaat dan dat zij opknapt. Een opname is daarom niet doelmatig. Behandeling in het ambulante kader zal worden opgestart door middel van IHT. Betrokkene staat hier ook voor open waardoor een voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is.
4.3.
De moeder van betrokkene ziet betrokkene het liefst naar huis komen zodat betrokkene weer leuke dingen kan gaan doen. Volgens de moeder van betrokkene is het belangrijk dat ze dit naast haar therapieën kan blijven doen.
4.4.
De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene is zelf naar de huisarts gegaan voor hulp waardoor behandeling op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Ook is de huidige setting niet geschikt voor betrokkene.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten depressieve stemmingsstoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
5.4.
Uit hetgeen betrokkene en de behandelaar hebben verklaard tijdens de zitting is de rechtbank gebleken dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is. Nu niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de rechtbank het verzoek om voortzetting van de crisismaatregel dan ook afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.