Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Timmermans-Roelands;
- mevrouw [naam], behandelaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft momenteel onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie, afgegeven door de burgemeester van Goes op 11 mei 2026. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om deze crisismaatregel met drie weken te verlengen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, haar advocaat en haar behandelaar gehoord. Betrokkene gaf aan dat het wel gaat, maar verklaarde later dat dit haar standaardantwoord is. Zij gaf tevens aan liever bij haar oma te willen verblijven dan bij haar moeder. De behandelaar stelde dat gedwongen zorg niet goed is voor betrokkene en dat voortzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is. Er wordt ingezet op vrijwillige zorg en gesprekken over behandeling in een vrijwillig kader.
De advocaat van betrokkene ondersteunde dit standpunt en vroeg tevens aandacht voor de mogelijkheid van begeleid wonen. De rechtbank concludeerde op basis van de stukken en de zitting dat er weliswaar sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornissen, maar dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is en niet voldoet aan de wettelijke criteria.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven op 15 mei 2026 en schriftelijk vastgelegd op 29 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af wegens gebrek aan doelmatigheid.