ECLI:NL:RBZWB:2026:5227

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448052 / FA RK 26-2424
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens gebrek aan doelmatigheid

Betrokkene verblijft momenteel onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie, afgegeven door de burgemeester van Goes op 11 mei 2026. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om deze crisismaatregel met drie weken te verlengen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, haar advocaat en haar behandelaar gehoord. Betrokkene gaf aan dat het wel gaat, maar verklaarde later dat dit haar standaardantwoord is. Zij gaf tevens aan liever bij haar oma te willen verblijven dan bij haar moeder. De behandelaar stelde dat gedwongen zorg niet goed is voor betrokkene en dat voortzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is. Er wordt ingezet op vrijwillige zorg en gesprekken over behandeling in een vrijwillig kader.

De advocaat van betrokkene ondersteunde dit standpunt en vroeg tevens aandacht voor de mogelijkheid van begeleid wonen. De rechtbank concludeerde op basis van de stukken en de zitting dat er weliswaar sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornissen, maar dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is en niet voldoet aan de wettelijke criteria.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven op 15 mei 2026 en schriftelijk vastgelegd op 29 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af wegens gebrek aan doelmatigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448052 / FA RK 26-2424
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats],
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Timmermans-Roelands;
  • mevrouw [naam], behandelaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats]. De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 11 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het wel gaat. Later vertelt zij dat dit haar standaard antwoord is. Verder verklaart betrokkene graag naar haar oma te willen gaan in plaats van haar moeder.
4.2.
De behandelaar verklaart tijdens de zitting dat gedwongen zorg niet goed is voor betrokkene. Een voortzetting van de crisismaatregel is daarom niet doelmatig. Betrokkene wil zelf in zorg blijven en er gaan gesprekken plaatsvinden over behandeling in een vrijwillig kader.
4.3.
De advocaat van betrokkene verzoekt afwijzing van het verzoek nu is gebleken dat een voortzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is. Ook wil betrokkene het liefst behandeling op vrijwillige basis. Tot slot vraagt de advocaat zich af of gekeken wordt of begeleid wonen een mogelijkheid voor betrokkene is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk depressieve-stemmingsstoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
5.4.
Uit hetgeen betrokkene en de behandelaar hebben verklaard tijdens de zitting is de rechtbank gebleken dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is. Nu niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de rechtbank het verzoek om voortzetting van de crisismaatregel dan ook afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.