ECLI:NL:RBZWB:2026:5229

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447931 / FA RK 26-2350
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stoornis en verslavingsproblemen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1957, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene heeft een bipolaire-stemmingsstoornis en verslavingsproblemen, wat heeft geleid tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het redelijk gaat, maar hij liever naar huis wil. De behandelaar meldde dat betrokkene vooruitgang boekt, maar dat ambulante zorg noodzakelijk is en opname voorlopig gewenst blijft vanwege grensoverschrijdend gedrag en eerdere weigering van hulp.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot 15 november 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447931 / FA RK 26-2350
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2],
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Breewel-Witteveen;
  • de heer [naam], regiebehandelaar;
1.3.
Tevens waren een arts en begeleider van de afdeling aanwezig. Zij zijn echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 11 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het niet goed en niet slecht met hem gaat maar het te doen is. Wat er in de stukken staat over autorijden met alcohol op klopt volgens betrokkene niet. Het was namelijk maar een bodempje whisky. Hij heeft wel een keer staan plassen in het casino omdat de wc te ver weg was. Verder geeft hij aan dat [accommodatie] hem tot en met kerst mag houden maar wel met de kanttekening dat hij liever naar huis wil.
4.2.
De behandelaar verklaart tijdens de zitting dat het beter gaat met betrokkene. Toen het slechter met betrokkene ging, sliep hij slecht, was hij erg geagiteerd en nam hij zijn medicatie niet. Wel heeft betrokkene ingezien dat hij manisch was. Voor een goede terugkeer naar huis is ambulante hulp noodzakelijk. Naar verwachting gaat het weer opstarten van thuiszorg lastig zijn omdat de thuiszorg geen zorg meer kon leveren vanwege het grensoverschrijdende gedrag van betrokkene. Ook vindt de behandelaar het nodig dat betrokkene nog even op de afdeling blijft voordat hij kan terugkeren naar huis.
4.3.
De advocaat van betrokkene geeft aan dat betrokkene ook bij haar heeft aangegeven tot de kerst te willen blijven maar liever naar huis wil. Betrokkene heeft geen bezwaar tegen de zorgmachtiging. Betrokkene wil ambulante hulp en medicatie maar hij wil liever geen opname. De advocaat van betrokkene verzoekt daarom om de duur van de opname te beperken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene voor zijn opname ernstig vervuild was en zijn woning slecht was onderhouden. Ook kon de thuiszorg geen zorg meer leveren vanwege het grensoverschrijdende gedrag van betrokkene. Tevens heeft betrokkene een medewerker van een supermarkt geschopt en zijn dochter geslagen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. betrokkene vindt het weliswaar goed om nog enige tijd in [accommodatie] opgenomen te blijven maar betrokkene staat ook bekend als zorgmijder en heeft hij eerder ambulante hulp geweigerd. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
15 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.