ECLI:NL:RBZWB:2026:523

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
25/4068
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op herziening Wajong-besluiten uit 2005 en 2009 wegens onvoldoende nieuwe feiten

Eiseres ontving sinds 2001 een Wajong-uitkering die in 2005 werd ingetrokken. Na meerdere afgewezen aanvragen in 2009, deed zij in 2024 opnieuw een aanvraag die door het UWV werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten waren om eerdere besluiten te herzien.

Eiseres stelde dat haar recente diagnoses van ADHD en autismespectrumstoornis (ASS) nieuwe feiten vormden die erkenning van haar problematiek rechtvaardigden. De rechtbank benadrukte dat alleen juridische toetsing plaatsvond en dat de bewijslast voor nieuwe feiten bij eiseres lag.

Hoewel ADHD en ASS als nieuwe feiten werden erkend, kon de rechtbank niet vaststellen dat de eerdere besluiten onjuist waren, omdat de beperkingen destijds al deels waren meegenomen in de beoordeling. De rapporten uit 2005 toonden al beperkingen die nu aan ADHD en ASS worden toegeschreven.

Daarom concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht weigerde terug te komen op de besluiten uit 2005 en 2009. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten blijven ongewijzigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4068 Wajong
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het UWV)

Inleiding

1.1.
Met het besluit van 11 december 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen.
1.2.
Met het bestreden besluit van 16 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en mr. A.P.J. Mijs namens het UWV.
1.5.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres ontving sinds 29 november 2001 een Wajong-uitkering van het UWV. Het UWV heeft die uitkering met een besluit van 19 september 2005 per 17 november 2005 ingetrokken. Eiseres heeft vervolgens in 2009 diverse keren opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd, maar deze aanvragen zijn afgewezen met besluiten van 30 maart 2009, 12 oktober 2009 en 5 november 2009.
3. Op 1 april 2024 heeft eiseres weer een aanvraag voor een Wajong-uitkering gedaan. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden om terug te komen op de besluiten uit 2005 en 2009.
4. Eiseres stelt dat dit niet klopt, omdat zij inmiddels is gediagnostiseerd met ADHD en een autismespectrum stoornis (ASS).
5. Ter zitting heeft eiseres uitgelegd dat zij graag erkenning van haar problematiek wil van het UWV. De rechtbank begrijpt dit, maar zij kan alleen toetsen of het besluit van het UWV juridisch juist is.
6. Het gaat om een nieuwe aanvraag in 2024, nadat het UWV in 2005 en 2009 al besluiten had genomen over het recht van eiseres op een Wajong-uitkering. Daarmee verzoekt eiseres dus het UWV om terug te komen op die eerdere besluiten. Op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vaste rechtspraak zal eiseres nieuwe feiten of omstandigheden moeten stellen waaruit blijkt dat de besluiten van het UWV uit 2005 en 2009 onjuist zijn. De bewijslast ligt dus bij haar.
7. In het geval van eiseres zijn de diagnoses ADHD en ASS aan te merken als nieuwe feiten. Dat er nieuwe diagnoses zijn, betekent echter nog niet dat de besluiten uit 2005 en 2009 onjuist zijn. In het kader van de Wajong gaat het namelijk om de beperkingen die iemand heeft, terwijl ADHD en ASS per persoon en in de loop van de tijd tot heel verschillende beperkingen kunnen leiden.
8. De rechtbank kan niet vaststellen dat het UWV in 2005 en 2009 onvoldoende rekening heeft gehouden met de ADHD en ASS van eiseres, omdat het onduidelijk is tot welke klachten en beperkingen dit toen bij haar leidde. In de rapporten van de verzekeringsartsen van destijds is bijvoorbeeld al wel vermeld dat eiseres stressgevoelig is en dat zij spanningsklachten heeft. Daar is in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 augustus 2005 ook rekening mee gehouden, want daarin zijn diverse beperkingen aangenomen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren die niet voortkomen uit het WPW-syndroom waarvoor eiseres in 2001 een Wajong-uitkering toegekend heeft gekregen. Zo staat er bijvoorbeeld dat eiseres is aangewezen op een voorspelbare werksituatie omdat zij niet flexibel kan inspelen op sterk wisselende uitvoeringsomstandigheden en/of taakinhoud, dat zij conflicten met agressieve of onredelijke mensen alleen in telefonisch of schriftelijk contact kan hanteren en dat zij alleen met anderen kan werken met een eigen, van te voren afgebakende deeltaak. Dat heeft te maken met klachten die eiseres destijds had, waarvan nu duidelijk is dat die (mede) voortkomen uit ADHD en ASS. De rechtbank kan niet vaststellen dat hiervoor te weinig beperkingen zijn aangenomen, omdat niet aangetoond is hoe de situatie destijds feitelijk was. Eiseres is er dus niet in geslaagd om aan te tonen dat de besluiten van het UWV uit 2005 en 2009 onjuist waren.
9. Dit betekent dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd om terug te komen op de besluiten uit 2005 en 2009.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.