ECLI:NL:RBZWB:2026:5249

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02 / 448937 HA RK 26-108 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • Peters
  • Van de Sande
  • Marsé
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid

In deze zaak heeft de rechter die belast was met de hoofdzaak een verzoek tot verschoning ingediend. De reden hiervoor was dat hij tot 15 september 2024 plaatsvervangend voorzitter was van de Raad van Discipline in Den Bosch, waar een persoon die nauw betrokken is bij het geschil als plaatsvervangend griffier werkzaam is. Deze persoon is tevens de partner van een van de partijen in het geschil, dat gaat over een omgangsregeling met een hond.

De rechter vreesde dat door deze eerdere samenwerking de schijn van partijdigheid zou kunnen ontstaan. De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek terecht is, omdat het vermijden van de schijn van partijdigheid een belangrijk uitgangspunt is. Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen.

De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. De beslissing is genomen in raadkamer op 10 juni 2026 en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02 / 448937 HA RK 26-108
beslissing van 10 juni 2026
in de zaak van
mr. Baggel
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/02/447569 KG ZA 26-216 van:
[naam 1],
bijgestaan door mr. N. Broeren te Tilburg,
tegen
[naam 2],
bijgestaan door mr. R. Tielemans te Eindhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 juni 2026.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. De rechter is tot
15 september 2024 plaatsvervangend voorzitter geweest van de Raad van Discipline in Den Bosch. [naam 3] was toen (en is nog steeds) plaatsvervangend griffier van die raad. In die hoedanigheid waren zij tot minder dan twee jaar geleden collega's en hebben zij ook samengewerkt. In een kort geding tussen bovengenoemde partijen (ex-echtgenoten) gaat het om een omgangsregeling met een hond. Uit de stukken blijkt dat [naam 3] de (nieuwe) partner is van [naam 1] en dat zij intensief bij de kwestie (en de hond) is betrokken. Hoewel zij dus formeel zelf geen partij is, is er wel sprake van een nauwe betrokkenheid van haar met het geschil. De rechter vreest dat vanwege haar eerdere samenwerking met [naam 3] bij de Raad van Discipline de schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op wat de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 10 juni 2026 door mr. Peters, voorzitter,
mr. Van de Sande en mr. Marsé, rechters, in aanwezigheid van
mr. Rockx, griffier. Omdat de voorzitter is verhinderd om te tekenen, is deze beslissing ondertekend door mr. Van de Sande. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.