ECLI:NL:RBZWB:2026:5249
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- Peters
- Van de Sande
- Marsé
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft de rechter die belast was met de hoofdzaak een verzoek tot verschoning ingediend. De reden hiervoor was dat hij tot 15 september 2024 plaatsvervangend voorzitter was van de Raad van Discipline in Den Bosch, waar een persoon die nauw betrokken is bij het geschil als plaatsvervangend griffier werkzaam is. Deze persoon is tevens de partner van een van de partijen in het geschil, dat gaat over een omgangsregeling met een hond.
De rechter vreesde dat door deze eerdere samenwerking de schijn van partijdigheid zou kunnen ontstaan. De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek terecht is, omdat het vermijden van de schijn van partijdigheid een belangrijk uitgangspunt is. Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen.
De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. De beslissing is genomen in raadkamer op 10 juni 2026 en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.