ECLI:NL:RBZWB:2026:5267

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
BRE 26/64
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen rechterlijke beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak over akoestisch onderzoek

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de rechtbank op 13 maart 2026 de gemeente Breda opgedragen om binnen vier weken een besluit te nemen op een aanvraag van 12 juni 2023, met een dwangsom bij niet-naleving. De gemeente stelde verzet in tegen deze rechterlijke beslistermijn, omdat het akoestisch onderzoek nog niet was afgerond.

De rechtbank overwoog dat het beroep gegrond was en dat de gemeente sinds juli 2025 contact had met de eiseres over het akoestisch onderzoek. Uit e-mails bleek dat een nieuw akoestisch rapport in voorbereiding was en spoedig zou worden aangeleverd. De rechtbank stelde vast dat de gemeente deze argumenten ook in de normale procedure had kunnen aanvoeren, waardoor twijfel ontstond over de rechtmatigheid van de opgelegde termijn.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, verviel de eerdere beslistermijn en werd een nieuwe termijn gesteld tot uiterlijk 10 juli 2026. De overige onderdelen van de uitspraak van 13 maart 2026 bleven ongewijzigd. Tegen het verzet is geen rechtsmiddel mogelijk, tegen het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet tegen de rechterlijke beslistermijn is gegrond verklaard en de beslistermijn is verlengd tot 10 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/64 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 op het verzet van

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, opposant [1] , tevens verweerder,

en uitspraak in de beroepszaak tussen

in het geding tussen

[geopposeerde] V.O.F., uit [plaats] , geopposeerde, tevens eiseres,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
opposant.

Inleiding

1. Bij uitspraak van 13 maart 2026 heeft de rechtbank opposant opgedragen om een besluit te nemen op de aanvraag van 12 juni 2023 binnen een termijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak en in verband hiermee een dwangsom aan opposant opgelegd. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
1.1.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft daarvoor ook geen aanleiding gezien, zodat een zitting achterwege is gebleven.

Beoordeling door de rechtbank van het verzet

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard.
Niet in geschil is dat het beroep gegrond is. Opposant is het niet eens met de rechterlijke beslistermijn die is opgelegd in de uitspraak van 13 maart 2026.
2.1.
In het verweerschrift van 23 januari 2026 heeft opposant aangegeven dat er sinds juli 2025 contact is met geopposeerde over het akoestisch onderzoek en enkele vragen hierover. Opposant vermeldt hierbij dat het de antwoorden nodig heeft om tot een zorgvuldig en volledig gewogen besluit te komen. Geopposeerde heeft bij opposant per
e-mail van 24 december 2025 aangegeven dat de vragen zijn doorgestuurd aan de akoestisch adviseur en dat er naar verwachting een eventuele nadere toelichting kan worden aangeleverd in het begin van het jaar 2026. Vervolgens is op 22 januari 2026 de afspraak gemaakt dat een akoestisch adviseur van geopposeerde in contact treedt met de akoestisch adviseur van opposant, zodat de vragen over het akoestisch onderzoek kunnen worden beantwoord. Opposant heeft de rechtbank in de beroepsprocedure verzocht om het voorgaande mee te nemen in haar oordeel.
2.2.
De rechtbank heeft in de uitspraak van 13 maart 2026 geoordeeld dat opposant hiervoor een termijn van vier weken krijgt. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden genoemd in het verweerschrift en de inmiddels verstreken tijd.
2.3.
Opposant stelt in zijn verzetschrift, gedateerd op 24 april 2026, dat de omstandigheden die in het verweerschrift zijn genoemd onvoldoende zijn meegewogen in de uitspraak. Opposant heeft de rechtbank op 2 juni 2026 een aanvullend verzetschrift gestuurd met twee e-mailberichten, waaruit blijkt dat het nieuwe akoestisch onderzoek nog niet gereed is. Hierbij gaat het om de e-mail van 31 maart 2026 van geopposeerde aan opposant, waarin wordt aangegeven dat er wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw akoestisch rapport. De verwachting die hierin wordt geuit is dat het rapport over drie tot vier weken gereed is. Daarnaast gaat het om de e-mail van 29 mei 2026 waarin geopposeerde opposant op de hoogte stelt van het zojuist opgestelde nieuwe concept-geluidrapport. Geopposeerde vermeldt hierbij dat ervan wordt uitgegaan dat het rapport opposant na relatief kleine aanpassingen snel wordt toegestuurd.
2.4.
Indien in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de verzetrechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden. [2] De rechtbank overweegt dat opposant zijn standpunt dat het besluit in afwachting is van het akoestisch onderzoek, heeft ingenomen in zijn verweerschrift. In verzet brengt het nu argumenten naar voren die bij een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende twijfel ontstaan over de uitkomst, zodat het verzet gegrond moet worden verklaard.
Conclusie over het verzet
3. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt voor zover deze betrekking heeft op de beslistermijn die opposant wordt opgelegd en de rechtbank het onderzoek ten aanzien daarvan hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.

Beoordeling door de rechtbank van het beroep

4. Niet in geschil is dat het beroep gegrond is. De beoordeling van het beroep in deze uitspraak strekt zich enkel uit over de rechterlijke beslistermijn die aan verweerder wordt opgelegd. Dit betekent dat de uitspraak van 13 maart 2026 voor het overige in stand blijft.
Welke beslistermijn wordt aan verweerder opgelegd?
5. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder een nieuw besluit nemen binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank moet een termijn recht doen aan de reële mogelijkheden om op de aanvraag te beslissen, maar ook aan het belang om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. Een langere termijn dan twee weken acht de rechtbank in dit geval aangewezen vanwege het belang van een zorgvuldige besluitvorming. Uit de e-mail van 29 mei 2026 blijkt dat eiseres het nieuwe akoestisch rapport in de week volgend op de week na verzending zal ontvangen en dit vervolgens spoedig aan verweerder zal toezenden
.In dit geval acht de rechtbank het redelijk dat verweerder tot 10 juli 2026 de tijd krijgt om alsnog te beslissen op de aanvraag. Hiermee is rekening gehouden met de reeds verstreken tijd sinds de e-mail van 29 mei 2026.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzet, voor zover gericht tegen de beslistermijn, gegrond;
- verklaart dat de uitspraak van 13 maart 2026 ten aanzien van de beslistermijn vervalt;
- stelt de beslistermijn van verweerder op uiterlijk 10 juli 2026;
- bepaalt dat de uitspraak van 13 maart 2026 voor al het overige in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 16 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak voor zover betrekking hebbend op het verzet, staat geen rechtsmiddel open. Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Voetnoten

1.Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de ABRvS van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1533 en 2 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2177.