ECLI:NL:RBZWB:2026:527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2023 ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1905, gebruikt voor kamerverhuur, gelegen op een perceel van 110 m2 met een gebruikersoppervlakte van 114 m2. De WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 is vastgesteld op € 325.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze vaststelling.
De rechtbank heeft tijdens een cluster-zitting het beroep behandeld. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd met een waarde van € 327.482, gebaseerd op vergelijkbare referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar zijn. Belanghebbende heeft aangevoerd dat de onderhoudstoestand van de woning slechter is dan die van de referentiewoningen, maar heeft geen aanvullende bewijzen geleverd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de onderhoudstoestand voldoende heeft meegenomen, mede op basis van een fotorapportage en een matiging voor aanwezige voorzieningen. Omdat belanghebbende de inpandige opname heeft geweigerd, is uitgegaan van de administratieve gegevens. De WOZ-waarde is daarom niet te hoog vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 325.000 voor 2023 is ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.