ECLI:NL:RBZWB:2026:5281
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Kool
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot overlegging stukken bij cessie vordering onverschuldigde betaling
Eiseres vordert betaling van een bedrag wegens onverschuldigde betaling, dat zij via cessie van een andere partij heeft verkregen. De vordering betreft een bedrag dat onverschuldigd door een derde partij aan gedaagde is betaald. Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat hij niet duidelijk was wie de betaling had gedaan en dat hij pas in december 2024 werd aangesproken tot terugbetaling.
De kantonrechter stelt dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij gerechtigd is tot de vordering, omdat zij niet de vereiste stukken heeft overgelegd. Dit betreft onder meer de rechtsvorm van de cedent, de wettelijk vereiste mededeling van de cessie aan gedaagde en een gewaarmerkt uittreksel van de akte tot overdracht en de onderliggende titel.
De kantonrechter verwijst de zaak naar een rolzitting zodat eiseres deze stukken kan overleggen. Tevens wordt benadrukt dat gedaagde bevoegd is de terugbetaling op te schorten zolang onduidelijkheid bestaat over de rechthebbende. De procedure wordt aangehouden totdat deze stukken zijn overgelegd, met het oog op een praktische oplossing en het voorkomen van verdere procedures.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om eiseres in de gelegenheid te stellen aanvullende stukken over de cessie en rechtsvorm te overleggen.