Uitspraak
[veroordeelde] ,
Procedure
Bezwaar
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Daarvan is in dit geval geen sprake.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De veroordeelde, minderjarig ten tijde van het gepleegde feit, maakte bezwaar tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel op grond van disproportionaliteit. Hij verwees naar zijn leeftijd, de aard van het feit en een werkstraf zonder voorwaardelijk deel, stellende dat er sprake is van gering recidivegevaar.
De rechtbank behandelde het bezwaar in besloten raadkamer, waarbij ook de officier van justitie werd gehoord. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname en dat de Wet DNA primair gericht is op het opsporen en voorkomen van strafbare feiten.
De rechtbank overwoog dat uitzonderingen op DNA-afname slechts in zeer beperkte situaties gelden, zoals bij een veroordeling voor een misdrijf waarbij DNA-onderzoek niet van belang is, of bij bijzondere omstandigheden die DNA-onderzoek niet rechtvaardigen. Uit het advies van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de veroordeelde geen openheid van zaken gaf, waardoor geen uitspraak kon worden gedaan over het recidivegevaar.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat geen sprake is van een uitzonderingssituatie en verklaarde het bezwaar ongegrond. Tegen deze beslissing zijn geen rechtsmiddelen mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.