Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De 21-jarige [persoon] houdt zich bezig met de handel in drugs en illegaal vuurwerk. Hij werkt samen met een bezorger genaamd [verdachte] . Hij is 22 jaar oud. [verdachte] rijdt in een donkergekleurde Opel Corsa en is tevens in het bezit van een vuurwapen. Beide jongens wonen op de [locatie] in [plaats 2] . [verdachte] heeft korte, lichte krullen en een donkere huidskleur. [persoon] is lang en dun.”
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, type TR 17, kaliber .380 Auto (= 9 x 17millimeter) zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4 kogelpatronen van het merk Fiocchi (G.F.L.), kaliber .380 Auto (9 x 17 millimeter), voorhanden heeft gehad;
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-MMC en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC
zijnde 2-MMC en MDMA en cocaïne en 4-MMC telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-MMC en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde 2-MMC en/of MDMA en/of cocaïne en/of 4-MMC en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet)
2
hij, op of omstreeks 23 december 2025 te [plaats 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 212,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet)
3
hij, op of omstreeks 23 december 2025 te [plaats 1] , een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (omgebouwd gas)pistool, van het merk Blow, type TR 14, kaliber 7,65 millimeter Browning zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie)
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te Tilburg , in elk geval in Nederland,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, type TR 17, kaliber .380 Auto (= 9 x 17
millimeter) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn van het merk Blow, kaliber .380 auto (9 x 17 millimeter) en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4 kogelpatronen van het merk Fiocchi (G.F.L.), kaliber .380 Auto (9 x 17 millimeter), voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie)
2
hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2025 tot en met 20 mei 2025 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
(art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet)