Uitspraak
1.[huurder 1] ,
2.
[huurder 2],
1.De procedure
- de akte van [huurders] ,
- de akte van SHR.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele zaak tussen huurders en START HOME RENTALS B.V. (SHR) heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 mei 2026 uitspraak gedaan over de omvang van een huurprijsvermindering. In een tussenvonnis was reeds vastgesteld dat SHR recht heeft op huurprijsvermindering wegens het ontbreken van een toereikende vergunning, wat een gebrek aan het gehuurde oplevert.
De huurders voerden verweren aan tegen de huurprijsvermindering, waaronder een beroep op eigen schuld en stelplicht, maar deze werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat artikel 7:209 BW Pro dwingend recht is en dat de redelijkheid en billijkheid niet kunnen leiden tot het doorbreken van deze bescherming van de huurder. Het beroep op eigen schuld is niet van toepassing bij huurprijsvermindering.
SHR onderbouwde haar standpunt met een puntentelling op basis van het woningwaarderingsstelsel, waaruit een redelijke huurprijs van €860,17 per maand volgt. De huurders betwistten dit niet inhoudelijk. De huurprijsvermindering geldt vanaf 1 december 2024, de datum waarop SHR de woning onderverhuurde zonder toereikende vergunning, en blijft van kracht totdat het gebrek is verholpen.
De rechtbank stelde vast dat SHR steeds het aangepaste bedrag heeft betaald, zodat geen huurachterstand bestaat. De vorderingen van de huurders werden afgewezen en zij werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurprijs wordt vastgesteld op €860,17 per maand vanaf 1 december 2024 en de vorderingen van de huurders worden afgewezen.