ECLI:NL:RBZWB:2026:5294

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/4711
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling college tot betaling proceskosten wegens niet tijdig besluit op bezwaarschrift

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschriften van maart en april 2025. Het college heeft uiteindelijk op 7 oktober 2025 alsnog een besluit genomen, waarna verzoekers hun beroep hebben ingetrokken.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het college heeft niet gereageerd. De rechtbank beoordeelt dat het college aan verzoekers is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De vergoeding aan verzoekers bedraagt €467,-, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, en daarnaast moet het college het griffierecht van €194,- vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 juni 2026.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4711

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , e.a., uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. J.R. van Manen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift. Zij hebben het beroep ingetrokken, omdat het college op 7 oktober 2025 een besluit heeft genomen op het bezwaarschrift.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoekers tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 9 september 2025 hebben verzoekers beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de bezwaarschriften van 20 maart 2025 en 14 april 2025. Het college heeft op
7 oktober 2025 alsnog beslist op het bezwaarschrift. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekers krijgen een vergoeding van hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen.
De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De vergoeding bedraagt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 934,- per punt en wegingsfactor 0,5), omdat de gemachtigde van verzoekers een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgen verzoekers een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. [3] Verzoekers moeten zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van
mr. H. Faqiri, griffier, op 2 juni 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.