ECLI:NL:RBZWB:2026:5297
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen niet tijdig besluit UWV herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van een (ex-) werknemer. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV alsnog op 4 september 2025 een besluit heeft genomen, waarmee het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen.
De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen in de proceskosten beoordeeld. Het UWV heeft geen inhoudelijke reactie gegeven op dit verzoek. De rechtbank oordeelt dat het UWV inderdaad aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legt het UWV op een vergoeding van € 467 aan proceskosten te betalen, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 385 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 2 juni 2026 en zonder zitting.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.