De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van belanghebbende tegen uitspraken op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst betreffende loonvorderingen voor de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2019, 2020 en 2021.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van deze beroepen omdat de belastingrechter in principe niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990 (IW). Voor bepaalde besluiten zijn uitzonderingen, maar het doen van een vordering door de ontvanger op een derde valt niet onder deze uitzonderingen.
Daarom is het ook niet mogelijk om bezwaar te maken tegen deze vorderingen, wat betekent dat beroep bij de belastingrechter niet ontvankelijk is. De rechtbank verklaarde zich dan ook kennelijk onbevoegd en wees het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling.
Het betaalde griffierecht van €51,- wordt aan belanghebbende terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.