ECLI:NL:RBZWB:2026:531
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning 2023 ongegrond verklaard door rechtbank
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 2003 met een gebruikersoppervlakte van 93 m2, gelegen op een perceel van 135 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 bedroeg €394.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 17 december 2025. Belanghebbende voerde aan dat de referentiewoningen die de heffingsambtenaar gebruikte niet voldoende vergelijkbaar waren en stelde een alternatieve referentiewoning voor. De rechtbank oordeelde dat de verschillen tussen de woningen onvoldoende waren toegelicht om de waarde van belanghebbendes woning te verlagen.
De heffingsambtenaar had een matrix overgelegd met marktgegevens die de waarde van €394.000 ondersteunden. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde op juiste wijze was opgebouwd en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €394.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.