ECLI:NL:RBZWB:2026:5317

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/02/449267 / HA RK 26-116 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • ing. Peters
  • Van de Sande
  • Marsé
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid bij hoofdzaak

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij eerder een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen en in het verzet tegen dat vonnis wordt gevraagd om terug te komen op haar eerdere oordeel.

De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 40 Rv Pro en artikel 36 Rv Pro, die de mogelijkheid bieden om rechters te wraken op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. De kamer benadrukt dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel of de schijn daarvan.

De rechter heeft aannemelijk gemaakt dat de schijn van partijdigheid kan bestaan, omdat zij gevraagd wordt haar eigen oordeel te herzien. De verschoningskamer acht dit een voldoende grond voor verschoning en wijst het verzoek toe. De hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.

De beslissing is genomen in raadkamer op 16 juni 2026 door de voorzitter en twee rechters, en wordt openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/449267 / HA RK 26-116
beslissing van 16 juni 2026
in de zaak van
mr. Ebben
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerken 449254 FT RK 26-219,
449259 FT RK 26-220, 449260 FT RK 26-221 en 449261 FT RK 26-222 van
[stichting]
gemachtigde: mr. D.L.A. van Voskuilen
en
[V.O.F.] en vennoten
mr. A.J. van der Duijn Schouten.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 16 juni 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. De hoofdzaak betreft een verzet tegen een vonnis dat zij zelf heeft gewezen. In dit verzet wordt verzocht om terug te komen op een oordeel dat in dit vonnis is gegeven.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien daarin wordt gevraagd om terug te komen op een oordeel dat zij eerder heeft gegeven. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 16 juni 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Marsé, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
Mr. Marsé
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.