Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 8 juli 2024;
- het aangevulde verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2025;
- de brief van mr. Avontuur van 22 augustus 2024;
- de F9-formulieren van mr. Avontuur van 11 december 2024, 30 december 2024, met bijlage, 21 februari 2025, 24 maart 2025 en 22 mei 2025, met bijlagen;
- de oproep van de man voor de zitting in de Staatscourant van 7 januari 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
terVerordening internationaal bevoegd met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, omdat de gewone verblijfplaats van de vrouw, als verzoekster, zich in Nederland bevindt en zij zich ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening ven het verzoekschrift in Nederland bevond.
talaq). Bij een onherroepelijke verstoting (drie keer
talaq) eindigt het huwelijk direct na de uitspraak. Bij een herroepelijke verstoting (twee keer
talaq) eindigt het huwelijk na afloop van de
Iddat-wachttijd. De man heeft het recht van
talaqals de Somalische rechtbank vooraf hiermee heeft ingestemd.
talaqis voldaan. Van voorafgaande instemming van een Somalische rechtbank is namelijk niet gebleken. Uit de verklaring van de vrouw bij de IND volgt dat pas bij een bezoek aan de man in het ziekenhuis een ontbinding van het huwelijk aan de orde is gekomen en dat op dat moment een arts en verpleegkundige uit het ziekenhuis als getuigen zijn gevraagd (productie 4 van de vrouw). Dat daarvoor of op dat moment toestemming van een Somalische rechtbank is gegeven voor
talaqblijkt nergens uit. Daarnaast is het voor de rechtbank onbegrijpelijk dat de vrouw op 27 januari 2022 onder ede heeft verklaard dat zij gehuwd is met de man, terwijl haar standpunt nu is dat het huwelijk al voor haar vertrek uit Somalië is geëindigd door het uitspreken van
talaq. Namens de vrouw is weliswaar ter zitting verklaard dat deze verklaring onder ede onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat daaraan geen waarde kan worden gehecht, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende met stukken onderbouwd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de door de vrouw gestelde
talaqop een naar Somalisch recht rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. De gestelde
talaqkomt daarom niet voor erkenning in Nederland in aanmerking en het moet ervoor worden gehouden dat (nog steeds) sprake is van een huwelijk tussen partijen.
terVerordening is de Nederlandse rechter daarom bevoegd om te beslissen op het verzoek tot eenhoofdig gezag. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen (artikel 15 lid 1 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996).
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.