ECLI:NL:RBZWB:2026:5331

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447803 / FA RK 26-2287
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging opname en verblijf wegens neurocognitieve stoornis door Parkinson

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis door Parkinson met gedragsstoornissen. Betrokkene en zijn advocaat verzetten zich tegen het verzoek en pleitten voor afwijzing of een onafhankelijk deskundigenonderzoek voorafgaand aan een beslissing.

De rechtbank nam kennis van de medische verklaringen, waaronder die van een arts die stelde dat betrokkene intensieve begeleiding nodig heeft en dat zonder de structuur van de afdeling het risico op psychotische klachten en zelfverwaarlozing groot is. Betrokkene vertoonde meerdere incidenten van verwaarlozing en psychische ontregeling, mede door medicatieproblemen.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, en dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven zijn onvoldoende onderzocht of niet toereikend. Gezien het verzet van betrokkene tegen een langdurige opname, werd de machtiging verleend voor de duur van één jaar, met de opdracht om in die periode te zoeken naar een passende woonvorm buiten de instelling.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor de duur van één jaar wegens ernstig nadeel door een neurocognitieve stoornis door Parkinson.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447803 / FA RK 26-2287
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026;
  • het verweerschrift met bijlage, binnengekomen bij de rechtbank op 14 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , arts.
Ook aanwezig, maar niet gehoord is:
- de partner van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van 5 jaar.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Het gaat momenteel goed met hem en bij hoort dan ook niet thuis in een verpleeghuis. Hij begrijpt dat hij thuiszorg nodig heeft, maar met deze thuiszorg kan hij op termijn ergens anders wonen. Betrokkene heeft zich verdiept in de thuiszorg die hij nodig zou hebben. Met een passende WLZ-indicatie zou er een hoger budget beschikbaar zijn om de thuiszorg te organiseren. De afdeling waar betrokkene momenteel verblijft heeft een bepaalde structuur, maar het is niet zo intensief als wordt beschreven. Met hulp vanuit de zorginstelling waar hij momenteel verblijft, kan betrokkene een passende woning vinden en kan hij de noodzakelijke thuiszorg inzetten. Hiernaast klopt het beeld dat wordt geschetst van de incidenten die zich hebben voorgedaan niet. Een aantal incidenten is niet zo gebeurd als omschreven. Ook hebben de incidenten zich in korte tijd afgespeeld, omdat betrokkene een andere toedieningsvorm van medicatie kreeg waar hij niet goed op reageerde.
3.2.
De advocaat stelt primair dat het verzoek moet worden afgewezen. Subsidiair dient er een onafhankelijk deskundigenonderzoek te worden gelast voordat er een beslissing wordt genomen op het verzoek. Er hebben zich in het verleden incidenten voorgedaan. Dit kwam mede doordat betrokkene in 2024 mee heeft gedaan aan een proef in het ADRZ waarbij hij medicatie toegediend kreeg. Dit is bij betrokkene misgegaan, waardoor hij hallucineerde, paniekaanvallen had en angstig was. De meer concrete, recente incidenten ontbreken grotendeels. De recente voorbeelden zijn onder meer verlofafspraken die niet na zouden zijn gekomen en het zelfstandig nemen van de Regiobus, maar dit is onvoldoende om te concluderen dat betrokkene niet buiten de instelling voor zichzelf kan zorgen. Hij weet dat er sprake is van een progressieve ziekte, maar niemand weet hoe de ziekte zich bij hem zal ontwikkelen. Hij past niet op de afdeling waar hij nu verblijft, omdat hij tussen dementerende mensen zit en hij Parkinson heeft. Deze ziekte verloopt anders dan dementie. Betrokkene wil perspectief hebben op een toekomst buiten de instelling en wil samen met zijn partner werken aan een zo zelfstandig mogelijk bestaan, met ondersteuning waar nodig. Een toewijzing van het verzoek voor vijf jaar doorkruist dit. De minder ingrijpende alternatieven zijn onvoldoende onderzocht. Hierbij is het verzet van betrokkene vooral gericht op een blijvend verblijf in een instelling, maar niet tegen vormen van zorg, medicatie of begeleiding. Hij is in staat tot een redelijke afweging van zijn belangen. Betrokkene heeft een VV7-indicatie – waar hij zich niet in herkent – maar dit betekent niet dat de rechterlijke machtiging moet worden voortgezet. Mocht het verzoek worden toegewezen dan moet er mede gezien de ingrijpende aard en de duur van de verzochte maatregel eerst een onafhankelijk deskundigenonderzoek plaatsvinden. Er is herhaaldelijk sprake geweest van psychische ontregeling in samenhang met de Parkinsonmedicatie die betrokkene voorgeschreven kreeg. Bij langdurige medicatiestabiliteit, wat momenteel het geval is, zou herhaling van een neuropsychologisch onderzoek aangewezen zijn.
3.3.
De arts stelt dat het redelijk goed gaat met betrokkene, omdat hij momenteel goed is ingesteld op de medicatie en omdat hij de structuur van de afdeling aangeboden krijgt. Betrokkene heeft echter nog steeds intensieve begeleiding nodig. Zorgelijk is ook dat betrokkene recent zijn verlofafspraken niet nakwam. De VV7-indicatie heeft betrokkene nodig. De begeleiding van betrokkene vindt plaats op punten als het opruimen van zijn spullen en op regulatie als hij van slag is. Hij heeft geen last van zijn geheugen, maar wel in bijvoorbeeld het kunnen ordenen en het kunnen samenvatten van een gesprek. Als de structuur van de afdeling wegvalt is er een grote kans dat betrokkene opnieuw psychotische klachten krijgt. Om die reden moet ook goed worden onderzocht hoe het verlof kan worden uitgebreid. De begeleiding die betrokkene nu krijgt, kan niet zo intensief worden geboden in de thuissituatie. [hulpverlening] heeft aangegeven de zorg voor betrokkene in de thuissituatie niet meer aan te kunnen. Wel wordt er gekeken of er een meer passende woonvorm voor betrokkene gevonden kan worden.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van een jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is in november 2025 vastgesteld dat sprake is van uitgebreide neurocognitieve stoornis door Parkinson met gedragsstoornissen. De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan deze diagnose en ziet ook geen aanleiding voor een nieuw onderzoek. De arts heeft ter zitting verklaard dat de constateringen die gedaan zijn tijdens dit onderzoek nog altijd zichtbaar aanwezig zijn op de afdeling en recent door de psycholoog van de afdeling zijn bevestigd.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
Bij betrokkene is sprake van cognitieve uitval op meerdere domeinen, waaronder het verbale geheugen, de selectieve aandacht, het executief functioneren en de oriëntatie. Ook is er een duidelijk gebrek aan lerend vermogen. Betrokkene is meerdere malen psychotisch ontregelt na niet adequaat gebruik van zijn medicatie voor Parkinson. Zo is betrokkene in het verleden driemaal in verwaarloosde toestand, liggend op de grond thuis aangetroffen, als gevolg van het staken of nemen van extra medicatie. Ook was er sprake van incontinentie en lag er in zijn woning overal hondenpoep. Dit heeft eenmaal geleidt tot een zeer risicovolle situatie waarbij betrokkene verward met zijn boot op een eiland werd aangetroffen en waarbij hij verward het water is ingedoken, met het risico op verdrinking als een freeze moment was opgetreden. Ook tijdens opnames bij een andere zorginstelling is betrokkene met verlof gegaan en enkele dagen vermist geweest. Gebleken is dat iedere keer als betrokkene geen structuur krijgt van een zorgaanbieder, hij in ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van zijn leefomgeving vervalt.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. De verwachting is dat betrokkene zonder de intensieve begeleiding en begrenzing die hij momenteel ontvangt snel opnieuw zal verwaarlozen. Betrokkene dient voortdurend te worden begeleid bij het veilig ondernemen van activiteiten en bij juist en adequaat gebruik van medicatie. Betrokkene blijkt zelf niet in staat tot juiste en structurele inname van noodzakelijke medicatie en heeft hier voortdurend toezicht en begeleiding voor nodig. Op de huidige locatie kan 24-uurs specialistische zorg, intensieve begeleiding en toezicht geboden worden. Gezien het chronische en progressieve ziektebeeld is voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt. Betrokkene geeft echter aan dat hij sterk in zijn doen en laten beperkt wordt en maakt daar bezwaar tegen. Hij wil nog wel blijven om verder op te knappen. maar alleen om daarna weer op zichzelf te gaan wonen. Hij verzet zich duidelijk tegen een blijvende opname in een instelling. Ook verzet hij zich tegen de afspraken met betrekking tot verlof, waarbij hij zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. Betrokkene heeft een beperkt ziektebesef en een duidelijk ontbrekend ziekte-inzicht, waardoor hij zichzelf overschat en keuzes maakt waarbij hij de consequenties niet kan overzien. Regelmatig ageert betrokkene op de noodzakelijke bijsturing en begeleiding van de zorg.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Zonder begrenzing en onvrijwillige zorg ontstaan onveilige situaties. Een juridisch kader is nodig om terugval in onhoudbare en onverantwoorde situaties te voorkomen en betrokkene tegen zichzelf te kunnen beschermen.
4.7.
De rechtbank begrijpt dat betrokkene perspectief wil hebben op een toekomst buiten de instelling en dat hij een zo zelfstandig mogelijk bestaan wil leiden. De rechtbank is het met de advocaat eens dat een toewijzing van het verzoek voor vijf jaar dit doorkruist. Om deze reden zal ze het verzoek voor een jaar toewijzen. In dat jaar zal de arts samen met betrokkene de zoektocht naar een passende woonomgeving voor betrokkene voortzetten.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
18 mei 2027;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.