ECLI:NL:RBZWB:2026:5333

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448118 / JE RK 26-831
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige opvoedingsproblemen

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2012, die ernstige gedragsproblemen vertoont en meerdere keren van huis is weggelopen. De kinderrechter had reeds een spoedmachtiging verleend van 13 tot 27 mei 2026 en beoordeelt nu het resterende deel van het verzoek.

Tijdens de zitting op 18 mei 2026, waarbij de minderjarige zelf en de vader niet aanwezig waren, werd vastgesteld dat er geen nieuwe feiten zijn die aanleiding geven tot herroeping van de eerdere beschikking. De gedragswetenschapper heeft de minderjarige nog niet gesproken vanwege het risico dat zij zou weglopen, maar heeft op dossieronderzoek ingestemd met het verzoek. De ouders, met name de moeder, maken zich ernstige zorgen over het gedrag en de veiligheid van de minderjarige.

De kinderrechter concludeert dat er sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en de instemming van de ouders en gedragswetenschapper, wordt de spoedmachtiging verlengd tot 10 juni 2026. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp tot 10 juni 2026 wegens ernstige opvoedingsproblemen en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448118 / JE RK 26-831
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN,
locatie Vlissingen,
hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. R. Wouters uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats]

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 13 mei 2026 en alle daarin genoemde stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van [minderjarige] ;
  • de moeder;
  • twee vertegenwoordigers van het college.
1.3.
Hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn niet verschenen:
- [minderjarige] ;
- de vader.
1.4.
De kinderrechter heeft bijzondere toestemming verleend aan een begeleider van [persoon] om bij de zitting aanwezig te zijn. Deze begeleider heeft tijdens de zitting ook vertaald voor de moeder.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar ouders.
2.3.
Bij beschikking van 13 mei 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 mei 2026 tot 27 mei 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Het college verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De kinderrechter heeft reeds deels op dit verzoek beslist. Thans ligt nog ter beoordeling voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor herroeping van de afgegeven spoedbeslissing, alsmede het resterende deel van het verzoek.

4.De standpunten

4.1.
Het college handhaaft het resterende deel van het verzoek. Het college maakt zich, net als de politie, nog steeds voor zorgen om [minderjarige] . [minderjarige] is sinds een aantal dagen weer thuis. Zij is niet op de hoogte van de zitting omdat het college inschat dat [minderjarige] dan opnieuw zal weglopen van huis. Om diezelfde reden heeft de gekwalificeerde gedragswetenschapper [minderjarige] nog niet gesproken. Het college wil [minderjarige] pas informeren over de machtiging gesloten jeugdhulp zodra er een plek voor haar beschikbaar is bij [accommodatie] .
4.2.
De advocaat van [minderjarige] heeft [minderjarige] niet kunnen spreken voorafgaand aan de zitting. Hij kan daardoor geen standpunt innemen voor [minderjarige] . Gelet op de omstandigheden begrijpt de advocaat van [minderjarige] dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper nog niet met [minderjarige] heeft gesproken. De veiligheid van [minderjarige] staat immers voorop. Zodra [minderjarige] gesloten geplaatst kan worden, dient de gedragswetenschapper wel zo snel mogelijk met haar te spreken. De advocaat van [minderjarige] kan zich daarom voorstellen dat er binnenkort een nadere zitting zal worden gepland zodat het standpunt van [minderjarige] kan worden besproken.
4.3.
De moeder stemt in met het verzoek van het college. Zij maakt zich veel zorgen om [minderjarige] . Zij maakt verkeerde keuzes, gaat met de verkeerde mensen om en de moeder is bang dat zij op enig moment in contact zal komen met mensen met kwade bedoelingen. De moeder is bang dat [minderjarige] opnieuw wegloopt als zij zou weten dat zij binnenkort op een gesloten groep van [accommodatie] wordt geplaatst.

5.De nadere beoordeling

5.1.
Bij beschikking van 13 mei 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De kinderrechter moet allereerst bepalen of deze spoedmachtiging gesloten jeugdhulp al dan niet moet worden herroepen. Tijdens de zitting zijn de advocaat van [minderjarige] , de moeder en het college gehoord. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot herroeping van die beslissing.
5.2.
De kinderrechter moet vervolgens beslissen over het resterende deel van het verzoek. Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter dat er al langere tijd forse zorgen zijn over het gedrag, de ontwikkeling en de veiligheid van [minderjarige] . Zoals is overwogen in de beschikking van 13 mei 2026 is [minderjarige] namelijk al meerdere keren van huis weggelopen en blijft zij soms voor langere tijd weg, waarbij onduidelijk is waar zij verblijft en bij wie zij zich bevindt. [minderjarige] accepteert geen gezag of begrenzing meer van haar ouders en zij is steeds zelfbepalender geworden in haar gedrag. Zij gaat al langere tijd niet meer naar school en is in de afgelopen maand met de politie in aanraking gekomen vanwege strafbare feiten. Daarnaast is [minderjarige] sterk afhankelijk van personen uit haar sociale en online netwerk. Zij is beïnvloedbaar, gevoelig voor groepsdruk en zoekt aansluiting bij leeftijdsgenoten en online contacten die grensoverschrijdend en risicovol gedrag normaliseren. Ook valt het de ouders op dat [minderjarige] beschikt over veel geld waarvan onduidelijk is hoe zij hieraan komt. Door het beperkte probleembesef bij [minderjarige] , haar sterke behoefte aan erkenning en aansluiting, haar intensieve sociale mediagebruik en het ontbreken van adequaat ouderlijk toezicht, loopt [minderjarige] een verhoogd risico op slachtofferschap en zijn er ernstige zorgen dat personen met verkeerde intenties misbruik maken van haar kwetsbaarheid. De ouders hebben, mede gelet op de taalbarrière en beperkte digitale vaardigheden, geen zicht op wat [minderjarige] (online) doet en zijn onvoldoende in staat om [minderjarige] structuur, begrenzing en veiligheid te bieden. De ouders hebben geen grip meer op [minderjarige] en het is hen in de afgelopen periode niet gelukt om, samen met de betrokken hulpverlening, een veilige situatie te creëren voor [minderjarige] . Ook zijn er aanwijzingen dat sprake is van een verstoorde ouder-kindrelatie en mogelijk ervaart [minderjarige] de thuissituatie als onveilig vanwege terugkerende conflicten met haar vader over haar gedrag en leefstijl. Het voorgaande maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.3.
Uit de schriftelijke verklaring van 12 mei 2026 alsook uit hetgeen de moeder tijdens de zitting heeft verklaard, volgt dat de ouders instemmen met het verzoek van het college. Ook de gekwalificeerde gedragswetenschapper stemt in met het verzoek van het college, blijkens de schriftelijke verklaring van 13 mei 2026. De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper niet met [minderjarige] heeft kunnen spreken en op basis van dossieronderzoek heeft ingestemd met het verzoek van het college. Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken acht de kinderrechter het voldoende aannemelijk dat persoonlijk onderzoek door de gedragswetenschapper in deze situatie feitelijk niet mogelijk was, gelet op het risico dat [minderjarige] dan opnieuw zou weglopen en de daarmee gepaard gaande risico’s voor haar veiligheid.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor verlening van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal de verzochte machtiging dan ook verlenen voor de resterende duur van het verzoek, te weten tot 10 juni 2026. Indien er behoefte is aan een verlenging van de maatregel, gaat de kinderrechter ervan uit dat dit verzoek tijdig en met onderbouwing van een instemmende verklaring van een gedragswetenschapper die [minderjarige] heeft gezien wordt ingediend.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 mei 2026 en tot 10 juni 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van der Meer als griffier, en op schrift gesteld op 28 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.