Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De verzoeken en de standpunten
4.De beoordeling
Zowel tijdens als na het beëindigen van de relatie in november 2025 is sprake van conflictueuze situaties. Volgens de vrouw was tijdens de relatie ook sprake van conflictsituaties met geweld. [minderjarige] is een heel jong kind. Zij was pas 6 maanden oud toen partijen uit elkaar gingen. Sinds het uiteengaan verblijft [minderjarige] in de woning en verblijven partijen afwisselend 24 uur in de woning. Deze regeling is in samenspraak met de politie tot stand gekomen. De regeling loopt maar er is nog steeds sprake van conflicten. Partijen hebben over en weer aangifte tegen elkaar gedaan. De man is van mening dat partijen prima met elkaar communiceren over [minderjarige] . De vrouw is van mening dat de communicatie helemaal niet goed gaat. De 24-uursregeling was bedoeld als tijdelijke oplossing, maar de regeling loopt nu al maanden. De vrouw lijkt hierdoor overbelast te zijn. Partijen slagen er niet in om tot verdere afspraken te komen over de zorgregeling.
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor [minderjarige] ;
- [minderjarige] heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van [minderjarige] (lichte interventie);
- [minderjarige] en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor [minderjarige] te realiseren (binnen de scheidingssituatie).
De resultaten heeft de rechtbank ook vastgelegd in een resultatenlijst (bijlage 1).
5.De beslissing
2 november 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
2 november 2026pro forma;
voorlopig– totdat in de bodemprocedure is beslist op de verzoeken van partijen – recht hebben op contact met elkaar elke week van donderdag 09:00 uur tot zondag 09.00 uur, welke regeling ingaat vanaf het moment dat de man de woning heeft verlaten (uiterlijk 1 juni 2026);
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.