Op 13 februari 2024 vond in Bergen op Zoom een incident plaats waarbij verdachte samen met een medeverdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer. Het slachtoffer liep daarbij hoofd- en hersenletsel op, met blijvende fysieke gevolgen. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het geweld heeft voortgezet en verergerd, en dat het opzet op geweld aanwezig was.
De verdediging voerde aan dat het dossier onduidelijkheden bevatte en stelde noodweer als verweer, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege het ontbreken van bewijs voor het geweld van het slachtoffer en het initiatief van verdachte en medeverdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij van het trappen tegen het gezicht wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank legde een taakstraf van 90 uur op, subsidiair 45 dagen hechtenis, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop. Daarnaast werd een schadevergoeding van €2.231,14 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. Verdachte en medeverdachte zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade en proceskosten.