ECLI:NL:RBZWB:2026:5359

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
11956892 \ CV EXPL 25-3692
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g lid 1 onder f BWArt. 6:230l BWArt. 6:119 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huur ligplaats jachthaven na stilzwijgende verlenging overeenkomst

Jachthaven Biesbosch B.V. verhuurde een ligplaats voor het zomerseizoen 2024 aan de huurder. Na afloop van dit seizoen liet de huurder zijn boot in de winter in de jachthaven liggen en betaalde daarvoor. Voor het zomerseizoen 2025 wilde de huurder de ligplaats niet meer huren, maar hij zegde niet tijdig en schriftelijk op zoals vereist in de overeenkomst en de HISWA-voorwaarden.

Jachthaven Biesbosch B.V. vorderde daarom betaling van de huur voor het seizoen 2025, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder voerde aan dat hij telefonisch had aangegeven de ligplaats niet meer te willen en dat hij de boot voor 1 april 2025 had weggehaald, maar dit werd betwist en onvoldoende geacht om de overeenkomst te beëindigen.

De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst stilzwijgend was verlengd omdat de huurder niet schriftelijk en tijdig had opgezegd. De huurder moest daarom de huur voor het seizoen 2025 betalen, evenals de rente en incassokosten. Ook werd de huurder veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van de huur voor het seizoen 2025, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten wegens niet tijdige schriftelijke opzegging van de huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11956892 \ CV EXPL 25-3692
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
JACHTHAVEN BIESBOSCH B.V.,
te Drimmelen
eisende partij,
hierna te noemen: Jachthaven Biesbosch B.V.,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde partij],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

Jachthaven Biesbosch B.V. heeft voor het zomerseizoen van 2024 een ligplaats verhuurd aan [gedaagde partij] . [gedaagde partij] heeft zijn boot in de winter daarna in de jachthaven laten liggen en daarvoor een bedrag betaald. Voor het zomerseizoen van 2025 wilde hij de ligplaats niet meer huren. Jachthaven Biesbosch B.V. vordert toch betaling voor het zomerseizoen, omdat [gedaagde partij] de overeenkomst niet op tijd en niet schriftelijk heeft opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst inderdaad is voortgezet en wijst de vordering toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- Jachthaven Biesbosch B.V. heeft met [gedaagde partij] op 26 maart 2024 een overeenkomst gesloten voor de huur van een (seizoen) ligplaats in de jachthaven Biesbosch voor de periode 1 april 2024 tot 31 oktober 2024.
- In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“LET OP, zonder tijdige opzegging wordt dit contract stilzwijgend verlengd. Tijdige opzegging dient uiterlijk drie (3) maanden voor het begin van de ingangsmaand van uw ligplaats van dit getekende contract te zijn. Bij niet tijdige opzegging hanteren we in afwijking van Artikel 8 van Pro de HISWA voorwaarden een vergoedingssom voor te late opzegging conform het schema van Artikel 7 van Pro de HISWA voorwaarden, alvorens uw opzegging te bevestigen. Bij niet-bevestigen door Jachthaven Biesbosch B.V. en niet voldoen van vergoedingssom loopt de overeenkomst door, conform Artikel 8 van Pro de HISWA voorwaarden.”
- Op de overeenkomst zijn de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen [verder: de algemene voorwaarden] van toepassing.
- In artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden is bepaald:
“De consument kan vóórdat de eerste huurperiode begint, de huurovereenkomst annuleren. Hij moet dit dan zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de ondernemer laten weten. De consument is in dat geval de volgende kosten verschuldigd:
- 25% van de overeengekomen huursom bij annulering tot 3 maanden vóór aanvang van de huurperiode;
- 50% van de overeengekomen huursom bij annulering binnen 3 maanden tot 2 weken vóór aanvang van de huurperiode;
- de volledige overeengekomen huursom bij annulering binnen 2 weken vóór aanvang van de huurperiode.”
- In artikel 8 leden Pro 2 en 3 van de algemene voorwaarden is bepaald:
“2. Een huurovereenkomst voor één jaar of voor een zomer- of winterseizoen wordt aan het einde van die periode stilzwijgend voor dezelfde periode verlengd. Daarbij blijven dezelfde voorwaarden gelden, tenzij de ondernemer lid 3 toepast. Deze verlenging gaat niet door als een van de partijen de overeenkomst uiterlijk 3 maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode schriftelijk of elektronisch opzegt.
3. De ondernemer kan uiterlijk 3 maanden vóór het begin van de nieuwe huurperiode de huursom wijzigen (…). ”
- [gedaagde partij] heeft zijn boot ook na 31 oktober 2024 in de jachthaven laten liggen en daarvoor huur betaald. Vóór 1 april 2025 heeft hij zijn boot weggehaald.
- Op 3 februari 2025 heeft Jachthaven Biesbosch B.V. een factuur gestuurd aan [gedaagde partij] voor de huur van de ligplaats voor de periode 1 april 2025 tot 31 oktober 2025. [gedaagde partij] heeft laten weten dat hij deze seizoenplek niet wilde.
- Jachthaven Biesbosch B.V. heeft enkele aanmaningen gestuurd aan [gedaagde partij] . [gedaagde partij] heeft naar aanleiding daarvan niet betaald.

4.Het geschil

4.1.
Jachthaven Biesbosch B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van het bedrag van € 3.179,80 en wettelijke rente over het bedrag van € 2.679,00.
4.2.
De vordering van Jachthaven Biesbosch B.V. is als volgt opgebouwd:
hoofdsom
2.679,00
rente t/m 20 oktober 2025
107,90
rente vanaf 20 oktober 2025 tot volledige betaling
P.M
buitengerechtelijke incassokosten
392,90
Totaal + P.M.
3.179,80
4.3.
Daarbij voert Jachthaven Biesbosch B.V. aan dat zij een overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde partij] voor de verhuur van een ligplaats in haar jachthaven. Deze huurovereenkomst is volgens Jachthaven Biesbosch B.V. stilzwijgend verlengd, omdat [gedaagde partij] niet volgens de voorwaarden tijdig en schriftelijk heeft opgezegd. Daarom moet [gedaagde partij] de kosten voor het zomerseizoen 2025 betalen. Dat heeft hij ondanks aanmaning niet gedaan, zodat hij ook de buitengerechtelijke incassokosten moet betalen.
4.4.
[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Jachthaven Biesbosch B.V., omdat [gedaagde partij] van mening is dat hij ruim van te voren telefonisch al duidelijk had gezegd dat hij geen nieuwe seizoenplaats wilde. Zijn boot heeft hij ook voor 1 april 2025 al weggehaald.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Er is sprake van een overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte
5.1.
Jachthaven Biesbosch B.V. baseert haar vordering op een huurovereenkomst met [gedaagde partij] . Daarbij gaat zij ervan uit dat sprake is van een overeenkomst buiten de verkoopruimte. De kantonrechter is echter van oordeel dat hiervan op grond van artikel 6:230g lid 1 onder f BW geen sprake is, maar dat sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte. Daarom moet, zo nodig ambtshalve, beoordeeld worden of Jachthaven Biesbosch B.V. bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Jachthaven Biesbosch B.V. voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan deze informatieplichten.
De overeenkomst is stilzwijgend verlengd
5.2.
Jachthaven Biesbosch B.V. heeft aangevoerd dat [gedaagde partij] de huurovereenkomst niet tijdig en niet schriftelijk heeft opgezegd zoals bepaald in de overeenkomst in combinatie met artikel 8 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden. Daarom moet [gedaagde partij] ook voor het nieuwe seizoen voor een ligplaats van 1 april tot 31 oktober 2025 betalen.
[gedaagde partij] heeft erkend dat de overeenkomst in principe stilzwijgend wordt verlengd als deze niet wordt opgezegd. Hij heeft echter het verweer gevoerd dat hij telefonisch in november 2024 al heeft aangegeven dat hij zijn boot vóór 1 april 2025 weg zou halen en dat hij de boot ook daadwerkelijk voor die tijd heeft weggehaald. Daarbij is hij van mening dat hij in dit telefoongesprek een tweede overeenkomst is aangegaan tot 1 april 2025 en dat deze daarna zou eindigen.
5.3.
[gedaagde partij] heeft de huurovereenkomst met de looptijd van 1 april tot 31 oktober 2024 niet binnen de looptijd opgezegd. Hij heeft juist ingestemd met verlenging daarvan, tegen een andere prijs, wat ook mogelijk is op grond van artikel 8 leden Pro 2 en 3 van de Hiswa-voorwaarden. Vast staat dat [gedaagde partij] zijn boot na afloop van deze periode gedurende de winter van 2024/2025 in de jachthaven van Jachthaven Biesbosch B.V. heeft laten liggen en daarvoor heeft betaald. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de oorspronkelijke overeenkomst is verlengd en dat geen sprake is van een nieuwe, tweede overeenkomst.
5.4.
Volgens de voorwaarden kon [gedaagde partij] de overeenkomst drie maanden voor het begin van de ingangsmaand van zijn ligplaats schriftelijk opzeggen. Dat betekent dat [gedaagde partij] uiterlijk voor 1 januari 2025 de verlengde overeenkomst had moeten opzeggen als hij kosteloos wilde voorkomen dat de overeenkomst (weer) verlengd zou worden voor een nieuwe ligplaatsperiode vanaf 1 april tot 31 oktober 2025. Niet blijkt dat [gedaagde partij] dit heeft gedaan.
[gedaagde partij] heeft weliswaar gesteld dat hij in november 2024 telefonisch had aangegeven dat hij zijn boot vóór 1 april 2025 weg zou halen, omdat hij een nieuwe ligplaats ergens anders had, maar Jachthaven Biesbosch B.V. heeft dit betwist. Bovendien maakt het weghalen van de boot niet dat de huurovereenkomst eindigt. Daarom blijkt niet, althans onvoldoende dat de overeenkomst in november 2024 rechtsgeldig door [gedaagde partij] is opgezegd, zodat de huurovereenkomst ook toen is voortgezet.
5.5.
[gedaagde partij] heeft zelf niet aangevoerd dat hij daarna nog schriftelijk contact heeft opgenomen met Jachthaven Biesbosch B.V. om de overeenkomst op de juiste manier op te zeggen. Wel constateert de kantonrechter dat uit het door Jachthaven Biesbosch B.V. ingebrachte e-mailbericht van 25 april 2025 blijkt dat [gedaagde partij] na ontvangst van de factuur van 3 februari 2025 voor het nieuwe zomerseizoen, op 10 maart 2025 telefonisch contact heeft opgenomen om door te geven dat hij geen nieuwe seizoenplaats wilde. Daarnaast staat in dat bericht dat Jachthaven Biesbosch B.V. de schriftelijke mededeling daarvan op 30 maart 2025 heeft ontvangen. Ook deze opzegging was niet tijdig voor kosteloze opzegging, omdat die opzegging pas na 1 januari 2025 is gedaan. Wel heeft Jachthaven Biesbosch B.V. aan [gedaagde partij] nog de mogelijkheid gegeven om de overeenkomst per direct op te zeggen tegen betaling van 50% van de huursom. Niet blijkt dat [gedaagde partij] dit aanbod heeft aanvaard.
[gedaagde partij] moet de huur voor de ligplaats van 1 april tot 31 oktober 2025 betalen
5.6.
Op grond hiervan is de kantonrechter van oordeel dat de huurovereenkomst is blijven bestaan en dat [gedaagde partij] de huur voor de ligplaats van 1 april tot 31 oktober 2025 voor een bedrag van € 2.679,00 moet betalen. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde partij] moet de rente betalen
5.7.
Jachthaven Biesbosch B.V. vordert wettelijke rente over de hoofdsom. Op grond van artikel 6:119 BW Pro is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. Van verzuim is sprake, als niet op tijd is betaald. Vast staat dat [gedaagde partij] de factuur van Jachthaven Biesbosch B.V. niet (op tijd) heeft betaald, zodat sprake is van verzuim. Dat betekent dat [gedaagde partij] de wettelijke rente moet betalen en deze vordering zal worden toegewezen.
[gedaagde partij] moet incassokosten betalen
5.8.
Jachthaven Biesbosch B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 392,90 worden toegewezen.
De proceskosten
5.9.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Jachthaven Biesbosch B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.267,28

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Jachthaven Biesbosch B.V. te betalen een bedrag van € 3.179,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom van € 2.679,00 met ingang van 20 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.267,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.