Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023 en de daarbij behorende rentebeschikkingen, naar aanleiding van de afkoop van een lijfrente.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de inspecteur de aanslag en de revisierente correct heeft berekend, rekening houdend met het feit dat de lijfrente per 1 november 2012 premievrij is gemaakt en dat er geen premieaftrek meer is genoten na die datum. Belanghebbende stelde dat de belastingdruk disproportioneel en onredelijk was vanwege de woekerpolis en de gedwongen afkoop, maar de rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust geen uitzonderingen heeft gemaakt op de fiscale gevolgen van afkoop.
De rechtbank benadrukte dat zij gebonden is aan de formele wetgeving en geen ruimte heeft om de fiscale regels te toetsen aan billijkheid of het evenredigheidsbeginsel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, waardoor de aanslag en rentebeschikkingen in stand blijven en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.