ECLI:NL:RBZWB:2026:538
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bedrijfsgebouw met afwijking bouwhoogte
Verzoekers, bewoners tegenover de bouwlocatie, maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor een nieuw bedrijfsgebouw met een bouwhoogte van 15 meter, terwijl de maximale bouwhoogte volgens de beheersverordening 10 meter bedraagt. Zij vreesden onder meer verlies van uitzicht, geluidshinder en waardedaling van hun woningen.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er een spoedeisend belang en ontvankelijk bezwaar was en concludeerde dat dit het geval was. Het akoestisch onderzoek, beoordeeld door de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland, toonde geen overschrijding van geluidsnormen aan. De voorzieningenrechter vond geen aanleiding om het onderzoek of de vergunning te verwerpen.
Hoewel het uitzicht enigszins wordt belemmerd, achtte de voorzieningenrechter de overschrijding van vijf meter bouwhoogte niet zodanig nadelig dat dit een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Ook een omgevingsdialoog was niet verplicht, waardoor het ontbreken daarvan geen schending van zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel opleverde.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukte dat dit oordeel voorlopig is en geen bindende werking heeft in een bodemprocedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bedrijfsgebouw met afwijking van de bouwhoogte is afgewezen.