De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het telen, bereiden en bewerken van 2309 hennepplanten en diefstal van stroom door middel van verbreking.
Uit het onderzoek blijkt dat verdachte het pand huurde en zelf de hennepkwekerij heeft opgezet, waarbij hij medeverdachte inschakelde voor verzorging. De kwekerij was professioneel ingericht met kunstlicht, voeding en luchtverversing. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was van de hennepteelt gedurende de gehele periode van 28 februari tot 21 juni 2022.
Ten aanzien van de diefstal van stroom oordeelde de rechtbank dat verdachte weliswaar de stroom had afgetapt, maar dat er onvoldoende bewijs was voor medeplegen. Verdachte werd wel veroordeeld voor diefstal van stroom, maar vrijgesproken van medeplegen.
De rechtbank legde een taakstraf van 200 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de omvang van de kwekerij, de ernst van de feiten, de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. werd niet-ontvankelijk verklaard.