ECLI:NL:RBZWB:2026:5393

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448207 / FA RK 26-2503
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij manische ontregeling en ernstig risico op ernstig nadeel

Betrokkene verblijft sinds 16 mei 2026 onder een crisismaatregel in een instelling vanwege een manische episode bij een bipolaire stoornis, gecombineerd met middelengebruik en ernstig slaaptekort. Na een knieletsel is zijn dagelijks leven verstoord, wat heeft geleid tot agressief en grensoverschrijdend gedrag richting zijn omgeving, waaronder vernielingen en conflicten met huisbaas, huisgenoten en familie.

De officier van justitie verzoekt de voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken. Betrokkene zelf geeft aan dat opname rust heeft gebracht en wil terug naar zijn ouders zonder verplichte behandeling. De behandelaar benadrukt dat betrokkene nog niet stabiel is en dat voortzetting noodzakelijk is om verdere achteruitgang te voorkomen.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. De toegewezen verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, onderzoek aan kleding of lichaam, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de maatregelen zijn evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend tot en met 9 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met specifieke verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448207 / FA RK 26-2503
Datum uitspraak: 19 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
nu verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
  • [persoon 2] , verpleegkundige;
  • mevrouw [persoon 3] , agoog.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 16 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat de opname van de afgelopen dagen rust bij hem heeft gebracht, mede door de medicatie en het herstel van zijn knie. Betrokkene merkt verder op dat een langer verblijf in de instelling hem juist depressief zal maken. Volgens betrokkene is er geen sprake van een manische episode of verslavingsproblematiek. De problemen zijn pas ontstaan na zijn knieletsel, waardoor hij de dagelijkse structuur in zijn leven heeft verloren. Betrokkene wil dan ook niet langer opgenomen blijven en terug naar zijn ouders met duidelijke afspraken. Ook wil hij geen verdere verplichte behandeling.
4.2.
De behandelaar zegt dat betrokkene een bipolaire stoornis heeft waarbij hij recent manisch is ontregeld, mede door middelengebruik en ernstig slaaptekort. Sinds de opname is het toestandsbeeld van betrokkene verbeterd door rust, structuur en medicatie. Van voldoende stabiliteit is echter nog geen sprake. De behandelaar vindt een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk zodat betrokkene verder kan herstellen en stabiliseren. Daar komt bij dat betrokkene ook zijn huis is kwijtgeraakt, zorg mijdt en het risico bestaat op een depressieve episode na de manische ontregeling.
4.3.
De advocaat voert aan dat betrokkene gemotiveerd is om terug te keren naar zijn ouders en dat van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel onvoldoende is gebleken. De advocaat zegt verder dat er volgens betrokkene nu geen sprake is van een manie of verslavingsproblematiek en dat de spanningen binnen het gezin steeds bespreekbaar zijn geweest. Omdat de crisismaatregel al rust heeft gebracht bij betrokkene verzoekt de advocaat dan ook het verzoek tot voortzetting af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene ernstig ontremd en grensoverschrijdend gedrag vertoont. Betrokkene heeft zich agressief gedragen richting zijn omgeving, vernielingen aangericht en conflicten veroorzaakt, onder meer met zijn huisbaas, huisgenoten, ouders en personen op straat. Daarbij heeft betrokkene zichzelf en anderen in gevaar gebracht. Betrokkene blijft zijn knie ondanks het letsel daaraan belasten, slaapt niet en gebruikt aanhoudend verdovende middelen waaronder cocaïne. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan een stabiele huisvesting en adequate zelfzorg.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een manische episode bij een bipolaire stoornis gecombineerd met middelengebruik.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk worden geacht om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Hij wijst hulpverlening af.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
9 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.