ECLI:NL:RBZWB:2026:5431
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van den Broek
- Rechtspraak.nl
Nakoming omgangsregeling en afwijzing schorsing en verwijzing Uniform Hulpaanbod
Partijen zijn ouders van een minderjarige en hebben een ouderschapsplan opgesteld met een omgangsregeling waarbij het kind om de veertien dagen bij de man verblijft. Sinds november 2025 is de omgang stopgezet door de vrouw, die stelt dat voortzetting niet in het belang van het kind is vanwege onbetrouwbaarheid van de man en incidenten met politiebetrokkenheid.
De man vordert nakoming van de omgangsregeling, terwijl de vrouw verzoekt om schorsing van de omgang, verwijzing naar het Uniform Hulpaanbod en het kenbaar maken van het adres van de man. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert nakoming van de omgang en ziet geen aanleiding voor schorsing of verwijzing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de omgang schadelijk is voor het kind. Incidenten waarbij politie betrokken was vonden plaats zonder aanwezigheid van het kind en zijn onvoldoende onderbouwd als risico. Ook de emotionele klachten van het kind zijn niet voldoende toegelicht.
De omgangsregeling wordt daarom toegewezen met een nadere precisering van de aanvangs- en eindtijden. De verzoeken van de vrouw tot schorsing, verwijzing naar het UHA en adreskennisgeving worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt toegewezen en de verzoeken tot schorsing en verwijzing naar het UHA worden afgewezen.