Uitspraak
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
1.Het procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikking van 12 november 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- de F9-formulieren van mr. Van Riel van 13 november 2024, met bijlage, en van 1 oktober 2025;
- de e-mailberichten van de gemeente Breda van 3 september 2025, met bijlage, en van 28 oktober 2025, met bijlagen, waaronder het (definitieve) UHA-rapport;
- het e-mailbericht van mr. Voogt van 18 september 2025;
- de brieven van de Raad van 13 november 2025 en van 6 maart 2026, met bij de laatste brief het rapport van het raadsonderzoek van dezelfde datum.
- de man, bijgestaan door mr. Van Riel;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Voogt; en
- een vertegenwoordiger namens de Raad;
- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling (op afstand, via een audiovisuele verbinding).
2.De feiten
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact/omgang met elkaar twee dagen per week van 09:00 uur tot 17:00 uur, waarbij de dagen in onderling overleg tussen partijen worden bepaald.
3.De resterende verzoeken
- het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige 2] te wijzigen in die zin dat partijen voortaan het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar uitoefenen;
- een (definitieve) contact-/omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen te bepalen;
- een (definitieve) informatieregeling te bepalen op basis waarvan de vrouw de man eenmaal per maand dient te informeren over de gezondheid van de minderjarigen, de ontwikkeling op school en eventueel op de BSO, de sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van de minderjarigen en hun vrijetijdsbesteding.
- primairom de man niet-ontvankelijk te verklaren in deze verzoeken, dan wel deze verzoeken af te wijzen. De vrouw kan instemmen met het verzoek om een informatieregeling vast te stellen, met dien verstande dat partijen geen direct contact met elkaar hebben;
- subsidiairte bepalen dat het contact/de omgang tussen de man en de minderjarigen onder begeleiding plaatsvindt, tenminste eenmaal per week en maximaal tweemaal per week gedurende een uur.
primairte bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag met betrekking tot [minderjarige 1] wordt gewijzigd, in die zin dat de vrouw wordt belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en
subsidiairom de beslissing omtrent het gezag aan te houden in afwachting van de hulpverlening die wordt ingezet in het kader van de ondertoezichtstelling.
4.De verdere beoordeling
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.