ECLI:NL:RBZWB:2026:546

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
02-007059-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging en bedreiging met vuurwapen in Roosendaal

Op 30 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en bedreiging met een vuurwapen. De verdachte, geboren in 2005 en zonder vaste woon- of verblijfplaats, heeft op 10 november 2023 in Roosendaal meerdere personen bedreigd met een vuurwapen en openlijk geweld gepleegd tegen een bromfiets. Tijdens de zitting op 16 januari 2026 werd de zaak inhoudelijk behandeld, waarbij de officier van justitie haar standpunt kenbaar maakte en de verdachte verstek verleend werd. De rechtbank achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarbij de rechtbank de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers in overweging nam. De rechtbank heeft geen persoonlijke omstandigheden van de verdachte kunnen vaststellen, wat de strafoplegging beïnvloedde. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 47, 57, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-007059-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 januari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in [geboorteland] ,
raadsman mr. M.C.J. Heinen, advocaat te Roosendaal.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 januari 2026.
Mr. M.C.J. Heinen heeft ter zitting aangegeven dat hij niet bepaaldelijk gemachtigd is om de verdediging in afwezigheid van verdachte te voeren.
De officier van justitie mr. E. Kool heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.
Tegen verdachte is verstek verleend.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Feit 1
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd door een vuurwapen te tonen/te richten;
Feit 2
openlijk geweld heeft gepleegd tegen een scooter.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
4.2.
Het oordeel van de rechtbank
4.2.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
op 10 november 2023 te Roosendaal
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]
heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en
[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;
Feit 2
op 10 november 2023 te Roosendaal,
openlijk, te weten, aan de [locatie] ,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
een goed, te weten een scooter/bromfiets, door die scooter/bromfiets omver te
trappen en de banden lek te steken en het windscherm kapot te trappen;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis. Daarnaast verzoekt de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
6.2.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. Allereerst heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een vuurwapen althans met een voorwerp dat lijkt op een vuurwapen. De bedreiging vond plaats op klaarlichte dag bij een vermeende ruzie die moest worden ‘uitgepraat’. Vuurwapens worden steeds meer gebruikt bij het oplossen van conflicten en kunnen tot zeer gevaarlijke situaties leiden. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid in de openbare ruimte met zich mee. De bedreiging met een vuurwapen moet voor de aangevers beangstigend zijn geweest. Dit soort feiten brengen ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg.
Verdachte heeft zich na de bedreiging schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een bromfiets, door deze omver te trappen, de banden lek te steken en het windscherm kapot te trappen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer aan.
Uit de justitiële documentatie van 24 november 2025 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is geweest.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de retourzending van de opdracht van de reclassering waaruit naar voren is gekomen dat het niet is gelukt contact met verdachte te krijgen. De rechtbank heeft hierdoor geen enkel zicht gekregen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft voor de strafoplegging aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. In de LOVS-oriëntatiepunten wordt voor bedreiging met een vuurwapen uitgegaan van 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor het openlijke geweld tegen de bromfiets wordt uitgegaan van een taakstraf van 60 uur.
Alles afwegend, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank acht – gelet op de oriëntatiepunten – een gevangenisstraf van 6 maanden passend en geboden. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden gebleken die dit in dit geval anders zouden moeten maken.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 2:openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door J.P.E. Mullers, voorzitter en R. de Jong en W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 30 januari 2026.
Mrs. Mullers en Schnitzler zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 10 november 2023 te Roosendaal
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]
heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen
en/of te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op 10 november 2023 te Roosendaal,
openlijk, te weten, op/aan de [locatie] , in elk geval op of aan de openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
- een goed, te weten een scooter/bromfiets, door die scooter/bromfiets omver te
trappen en/of de banden lek te steken en/of het windscherm kapot te trappen;
( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )