ECLI:NL:RBZWB:2026:5460

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446920 / FA RK 26-1803
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253o BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging eenhoofdig gezag naar gezamenlijk gezag in belang minderjarigen

Partijen, die eerder waren gescheiden en waarbij de vrouw sinds 2015 het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen uitoefende, hebben gezamenlijk verzocht om het gezag te wijzigen naar gezamenlijk gezag. De man kampte destijds met psychische problematiek, maar deze is inmiddels verdwenen. De rechtbank heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld hun mening te geven, waarvan één kind gebruik heeft gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat de wijziging van omstandigheden voldoende is aangetoond en dat de communicatie tussen de ouders goed is. De kinderen zijn gewend aan de betrokkenheid van beide ouders bij hun opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming stemt in met een schriftelijke afdoening. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarigen dat het gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de wijziging direct geldt, ook bij hoger beroep. De rechtbank wijzigt de beschikking van 16 december 2015 en bepaalt dat de man en vrouw voortaan gezamenlijk het gezag over de twee minderjarige kinderen uitoefenen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt het eenhoofdig gezag naar gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/446920 / FA RK 26-1803
datum uitspraak: 21 mei 2026
beschikking betreffende gezamenlijk gezag
in de zaak van
[de man],
hierna te noemen: de man,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen,
tegen
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 6 maart 2026 ontvangen verzoek van partijen met bijlagen;
- F9-formulier van 22 april 2026 van mr. De Vleesschauwer.
1.2
De minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 2] heeft daarvan gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2014 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 11 maart 2014 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
2.2
Uit het huwelijk van partijen zijn de navolgende minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedag 1] 2010;
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedag 2] 2011.
2.3
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 december 2015 is bepaald dat de vrouw voortaan alleen zal zijn belast met het gezag over de minderjarigen.

3.Het verzoek

3.1
Partijen verzoeken de rechtbank om, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man en de vrouw voortaan gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .

4.De beoordeling

Wettelijk kader
4.1.
Op grond van artikel 1:253o van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kunnen beslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast, op verzoek van de ouders of één van hen door de rechtbank worden gewijzigd op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Ontvankelijkheid
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van wijzigingen van omstandigheden. De man kampt niet meer met de psychische problematiek die aanwezig was ten tijde van het wijzen van de beschikking van 16 december 2015. Ook de rechtbank neemt dit aan. Het verzoek is dan ook ontvankelijk.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
De rechtbank zal de man en de vrouw gezamenlijk met het gezag belasten. De rechtbank licht dit als volgt toe. Uit de stukken blijkt dat er sprake is een goede communicatie tussen de ouders en dat het goed gaat met de man. De kinderen zijn niet anders gewend dan dat de beide ouders zeer betrokken zijn bij hun opvoeding en verzorging. Dat komt ook naar voren uit het bericht van [minderjarige 2] aan de rechtbank.
4.4.
Daarnaast betreft het een gemeenschappelijk verzoek van partijen. Partijen hebben aangegeven dat de zaak zonder zitting afgedaan kan worden. En ook de Raad heeft laten weten in te stemmen met een schriftelijke afdoening van de zaak.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat de wijziging van eenhoofdig gezag naar gezamenlijk gezag in het belang van de minderjarigen is. Op die manier kunnen de beide ouders hun rol als gezaghebbende ouder weer volledig uitoefenen.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.6.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijzigt de beschikking van 16 december 2015 en bepaalt dat partijen voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarigen:
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedag 1] 2010;
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedag 2] 2011;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.