ECLI:NL:RBZWB:2026:5473

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447883 / FA RK 26-2321
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg met beperkingen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2000, vanwege een psychische stoornis. Betrokkene ontving eerder klinisch verplichte zorg en daarna ambulante GGZ-zorg, met verbetering maar nog steeds risico op terugval volgens de behandelaar.

Betrokkene en haar advocaat stelden dat zij geen verwardheid of desorganisatie meer vertoont en dat de gevraagde duur van de zorgmachtiging te lang is. De psychiater bevestigde positieve stappen maar waarschuwde voor risico's bij het vervallen van het verplichte kader, met name vanwege onvoldoende acceptatie van de aandoening door betrokkene.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met risico op ernstig nadeel zoals zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk, met name medicatietoediening en het onderhouden van contact met het ambulante FACT-team. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar.

De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van negen maanden, korter dan de gevraagde twaalf maanden, en andere zorgvormen worden afgewezen. De beschikking is op 22 mei 2026 mondeling gegeven en op 2 juni 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor negen maanden met verplichte medicatie en contactverplichting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447883 / FA RK 26-2321
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
gehoord te [plaats], [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon] , psychiater.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 18 juni 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat zij aanvankelijk klinisch verplichte zorg op de MPU heeft ontvangen, die vervolgens is overgegaan in ambulante GGZ zorg. Al deze geboden zorg heeft tot resultaat gehad dat het aanmerkelijk beter met haar gaat. Van haar behandelaar heeft zij begrepen dat deze nog risico’s ziet en zij daarom het verplichte kader nog niet wenst te los te laten. Zelf ziet zij dat anders. Zij acht het moment aangebroken om zich serieus op haar toekomst te richten. Zij is daar in de praktijk al op meerdere vlakken mee bezig. Rekening houdend met al wat er in gang is gezet is zij ook niet bevreesd dat zij een terugval zal kennen. Zij is wel behoorlijk geschrokken van de lange duur waarvoor de zorgmachtiging wordt gevraagd.
4.2.
De psychiater brengt naar voren dat zij kan bevestigen dat betrokkene met de haar eerder en ook op dit moment geboden zorg positieve stappen maakt en goed in het contact is. Ook is zij bezig met het aanschaffen van nieuwe spullen voor in haar woning en met het op orde brengen van haar financiën, waaruit blijkt dat zij oprecht aan haar toekomst werkt.
Betrokkene laat echter met haar opstelling - ook nu nog - zien dat zij niet erkent of althans kan accepteren dat zij wegens toenemende psychotische klachten op enig moment in een situatie is geraakt, waarin haar gedrag leidde tot isolement en ernstige zelfverwaarlozing, het risico op maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen. Er is nog steeds sprake van een broos evenwicht en daarnaast van factoren die in de (nabije) toekomst voor betrokkene een trigger kunnen vormen, waarin zij als haar behandelaar belangrijke risico’s ziet op een terugval indien het verplichte kader mocht komen te vervallen. Met deze toelichting kan zij achter het verzoek staan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt zij het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact en meewerken met het ambulante zorgteam.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al langere tijd bekend is met zijn cliënte. Hij heeft van zijn cliënte begrepen dat zij over het gestelde omtrent de psychische stoornis niet langer discussie wenst te voeren. Wel stelt zij zich nadrukkelijk op het standpunt dat er bij haar op dit moment van verwardheid en van desorganisatie geen sprake meer is. Zij werkt oprecht aan het op orde brengen van haar leven, als voorbeeld kan worden benoemd dat er geen sprake meer is van een huurachterstand. Ook is er geen risico op (enig) ernstig nadeel in de vorm van zelfverwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en/of gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Dit valt ook als zodanig uit de inhoud van de ‘aanvraag voorbereiding verzoekschrift zorgmachtiging’ af te leiden. Al deze factoren en omstandigheden staan ook niet in verhouding tot de omvangrijke periode, waarvoor de zorgmachtiging wordt verzocht, die voor zijn cliënt niet of nauwelijks overzienbaar is. Ten aanzien van het accepteren van en het meewerken met de voor haar noodzakelijke zorg is betrokkene duidelijk. Zij is bereid om de ambulante FACT zorg te blijven accepteren en daaraan mee te werken, wat tevens is vastgelegd in een plan van aanpak, waar zij achter kan staan. Ook werkt zijn cliënt mee aan de toediening van depotmedicatie, zij het dat in geval van vrijblijvendheid zij daar zeker mee zou stoppen. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens betrokkene - bij wijze van subsidiair standpunt - de zorgmachtiging in duur te beperken tot een periode van maximaal zes maanden en het restantverzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene wegens toenemende psychotische klachten, die er toe hebben geleid dat zij zich volledig sociaal is gaan isoleren en er sprake was van zelfverwaarlozing met een zorgmachtiging is opgenomen op de afdeling MPU. Sinds haar ontslag van deze afdeling werkt betrokkene met verplichte ambulante zorg, waaronder medicatie (verder) aan haar herstel. Betrokkene laat ook blijken dat zij serieus met haar toekomst bezig is en daar goed over nadenkt. Daar staat tegenover dat haar situatie nog altijd kwetsbaar is, er nog een groot aantal zaken door haar moeten worden aangepakt en onrustige (omgevings)factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de eerdere crisissituatie geheel of gedeeltelijk nog niet zijn verdwenen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene nog steeds zorg nodig.
5.5.
Betrokkene laat blijken dat zij zich niet of althans in onvoldoende mate open stelt voor het accepteren van en meewerken aan de noodzakelijk geachte zorg, waaronder medicatie toediening, indien die in een vrijwillig kader wordt geboden. Daarbij lijkt een belangrijke rol te spelen dat zij zelf anders tegen haar psychische aandoening aankijkt en dit maakt dat zij het belang van voortgezette zorg en behandeling/begeleiding ter verdere stabilisatie en ter voorkoming van ernstig nadeel onderschat. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met ambulant behandelteam FACT.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen, zij het dat de duur daarvan zal worden beperkt tot negen maanden, welke periode naar op dit moment valt te voorzien voldoende resultaat gevend zal zijn, onder afwijzing van het meer dan wel anders verzochte.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 februari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.