Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon] , psychiater.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2000, vanwege een psychische stoornis. Betrokkene ontving eerder klinisch verplichte zorg en daarna ambulante GGZ-zorg, met verbetering maar nog steeds risico op terugval volgens de behandelaar.
Betrokkene en haar advocaat stelden dat zij geen verwardheid of desorganisatie meer vertoont en dat de gevraagde duur van de zorgmachtiging te lang is. De psychiater bevestigde positieve stappen maar waarschuwde voor risico's bij het vervallen van het verplichte kader, met name vanwege onvoldoende acceptatie van de aandoening door betrokkene.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met risico op ernstig nadeel zoals zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk, met name medicatietoediening en het onderhouden van contact met het ambulante FACT-team. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van negen maanden, korter dan de gevraagde twaalf maanden, en andere zorgvormen worden afgewezen. De beschikking is op 22 mei 2026 mondeling gegeven en op 2 juni 2026 schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor negen maanden met verplichte medicatie en contactverplichting.