ECLI:NL:RBZWB:2026:5477

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448042 / FA RK 26-2417
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens verstandelijke beperking en psychotische kwetsbaarheid

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke beperking en psychotische kwetsbaarheid. Betrokkene verblijft momenteel bij een zorgaccommodatie en wacht op overplaatsing naar een andere locatie.

Tijdens de zitting werden betrokkene, gedragsdeskundigen en een persoonlijk begeleider gehoord. De gedragsdeskundigen stelden dat betrokkene door zijn aandoening regelmatig in crisissituaties terechtkomt, waarbij hij zichzelf verwaarloost, zorg weigert en overlast veroorzaakt. De mentor bevestigde dit in een brief, waarin ernstige ontregeling en maatschappelijke teloorgang werden beschreven.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen psychische stoornis en ernstig nadeel is en dat betrokkene vrijwillig wil verblijven. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met psychische stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom verleent de rechtbank de machtiging voor zes maanden.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door verstandelijke beperking en psychotische kwetsbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448042 / FA RK 26-2417
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. M.T. Kouwenhoven uit Eindhoven.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 mei 2026;
  • de op 19 mei 2026 ontvangen brief van de mentor van betrokkene, verbonden aan ‘Basis voor Zorg’, gedateerd 18 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , gedragsdeskundige;
  • de heer [persoon 2] , gedragsdeskundige [opleidingscentrum] ;
  • de heer [persoon 3] , persoonlijk begeleider.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling verleend tot en met 15 mei 2026.

3.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt, terwijl hij intussen grapjes maakt, op dat hij momenteel bij [accommodatie] ( [accommodatie] ) verblijft. Hij zou niet weten waar hij anders zou moeten verblijven. Er is sprake van dat hij naar [locatie] ( [accommodatie] ) zal verhuizen. Hij is het slachtoffer geworden van fraude en van samenzwering. Daarom wil hij het verleden definitief achter zich laten. Ook wil hij een gerechtelijke procedure starten tegen [opleidingscentrum] , omdat deze instantie hem heeft opgelicht en over hem heeft gezegd dat hij een gevaar zou opleveren. Betrokkene spreekt vervolgens over zijn familie, die tegen hem is opgezet en over zijn broer, met wie hij geen contact mocht hebben, die iets tegen hem heeft gezegd wat op hem grote indruk heeft gemaakt.
4.2.
De gedragsdeskundige [opleidingscentrum] brengt naar voren dat hij als gedragsdeskundige circa twee jaar betrokken is. Bij betrokkene is sprake van een verstandelijke beperking en van psychotische kwetsbaarheid. Betrokkene is met een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling crisis opgenomen bij [accommodatie] , nadat hij in een situatie was geraakt, waarin hij al langere tijd werd overvraagd, hij zich onttrok aan de zorg, zichzelf verwaarloosde en overlast veroorzaakte. Betrokkene laat blijken dat hij erg gesteld is op autonomie en een eigen woonplek. Echter door zijn aandoening en kwetsbaar-heid valt hij steeds terug in oude patronen, waardoor er zich al gedurende een achttal jaren met enige regelmaat crisissituaties voor doen. Hij ziet dat betrokkene om voldoende stabiel te kunnen functioneren nadrukkelijk behoefte heeft aan een strakke (groeps)structuur en dat een ambulante woonzorgomgeving daarvoor niet toereikend is. Dit blijkt ook uit de steeds langere herstelperiodes die op de crisissituaties volgen. Hij acht het voor betrokkene van belang dat hij, in afwachting van een overplaatsing naar [locatie] , ter voorbereiding daarop bij [accommodatie] kan verblijven. Met deze toelichting kan hij achter een machtiging tot opname en verblijf staan voor de aldus verzochte duur.
4.3.
De gedragsdeskundige en de persoonlijk begeleider sluiten zich aan bij dat wat door de gedragsdeskundige [opleidingscentrum] naar voren is gebracht.
4.4.
Van de niet ter zitting verschenen mentor van betrokkene is een brief ontvangen. Daarin is door de mentor - samengevat - opgemerkt dat in de afgelopen jaren er herhaaldelijk sprake is geweest van ernstige ontregeling met ernstig nadeel voor zowel betrokkene als voor zijn omgeving. Er is onder andere sprake geweest van ernstige vervuiling en verwaarlozing van de woonomgeving, het weigeren van begeleiding en behandeling, medicatieweigering, maatschappelijke teloorgang, suïcidale uitingen, overlast richting omwonenden, grensoverschrijdend gedrag richting politie en hulpverlening, stalkingachtig gedrag, alsmede verbale en fysieke agressie. De incidentengeschiedenis laat zien dat escalaties elkaar in toenemende snelheid opvolgen en dat herstel na iedere crisis moeizamer verloopt. In het vrijwillige kader zijn reeds langdurig en intensief diverse vormen van ondersteuning ingezet. Hierbij zijn meerdere disciplines en expertises betrokken (geweest). Ondanks deze inspanningen is geen sprake geweest van duurzame stabilisatie. Betrokkene blijft noodzakelijke behandeling, medicatie en passende (woon)begeleiding weigeren. Het is nu het moment om in te grijpen, wat betekent dat er een machtiging dient te worden afgegeven opdat er een beschermde en gestructureerde woonomgeving kan worden gerealiseerd waarbij de continuïteit van behandeling en begeleiding gewaarborgd wordt, het toedienen van noodzakelijke medicatie ingezet kan worden en verdere maatschappelijke achteruitgang voorkomen kan worden.
4.5.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar uit het voorgesprek met haar cliënt is gebleken dat hij er inmiddels vrede mee heeft dat hij bij [accommodatie] verblijft, dat zijn woning is opgezegd en dat hij naar [locatie] zal worden overgeplaatst. Dit laat onverlet dat er in zijn opvatting geen noodzaak voor een machtiging tot opname en verblijf is. Er is bij hem immers geen sprake van een psychische stoornis en al helemaal niet van (daardoor veroorzaakt) ernstig nadeel. Bovendien is hij volledig bereid om zijn verblijf bij [accommodatie] en ook bij [locatie] vrijwillig voort te zetten. Bij elkaar maakt dit dat zij namens betrokkene het standpunt inneemt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis, te weten een verstandelijke beperking en psychotische kwetsbaar-heid.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er bij betrokkene gedurende een aantal jaren sprake is van een terugkerend patroon, waarbij hij wegens overvraging in een situatie geraakt, waarbij sprake is van zelfverwaarlozing, het zich onttrekken aan ambulante zorg,
overlast gevend gedrag voor omwonenden en agressief en grensoverschrijdend gedrag naar de politie en hulpverleners. Betrokkene verblijft na de laatste crisissituatie die zich heeft voorgedaan bij [accommodatie] ( [accommodatie] ) te [plaats 2] , in afwachting van een overplaatsing naar de [locatie] . Er is nog geen sprake van voldoende stabilisatie van zijn toestandsbeeld. Dit houdt (deels) ook verband met het weigeren door betrokkene van de daarvoor noodzakelijke zorg, waaronder medicatie, behandeling en begeleiding.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
5.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.6.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1965 in
[geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 november 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.