ECLI:NL:RBZWB:2026:5480

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448259 / FA RK 26-2531
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische stoornis en ernstig nadeel

Betrokkene is opgenomen in het kader van een crisismaatregel vanwege een psychotische stoornis, waarbij sprake is van ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid. Na een eerdere vrijwillige behandeling ontstonden conflicten en een crisissituatie met suïcidepoging en gevaarlijk gedrag, waaronder brandgevaarlijke acties.

De rechtbank heeft op 22 mei 2026 een zitting met gesloten deuren gehouden waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verpleegkundige zijn gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene erkent de psychische stoornis maar ontkent suïcidaliteit en het willen aanrichten van schade. Hij is bereid vrijwillig mee te werken aan zorg, maar de rechtbank acht zijn intrinsieke motivatie onvoldoende.

De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt voor drie weken tot 12 juni 2026.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Van den Beld en op schrift gesteld op 2 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot 12 juni 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448259 / FA RK 26-2531
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
verblijvende te [accommodatie] , [adres 1] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.
Tevens was aanwezig:
- mevrouw [persoon 3] , advocaat-stagiaire.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verbleef aanvankelijk te [ziekenhuis] - [adres 2] [afdeling] in het kader van een crisismaatregel. Betrokkene is op 21 mei 2026 overgeplaatst naar [accommodatie] , [adres 1] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 18 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij in een situatie verkeerde, waarin hij meende te worden vergiftigd wegens stofdeeltjes. Dit heeft hij zelf waargenomen, dus van leugens is geen sprake. Ook heeft hij buiten op straat een persoon aangesproken, die zich verdacht gedroeg. Verder ontkent hij dat hij brand zou hebben willen stichten. Ook is er bij hem van suïcidaliteit op dit moment geen sprake. Betrokkene benadrukt ten slotte dat hij niemand kwaad heeft willen doen. Hij heeft plannen om zelfstandig te gaan wonen en niet langer afhankelijk te zijn van zijn familie. Daartoe heeft hij contact gezocht met [hulpverlening] .
Het verbaast hem dat de voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken is gevraagd. Hij had een langere periode verwacht. Hij begrijpt dat zijn zus en overige familieleden vinden dat hij voorlopig nog klinisch opgenomen moet blijven. Als dat inderdaad nog nodig is wil hij de opname nog wel even voortzetten.
4.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene eerder vrijwillig behandeling heeft ondergaan. Nadat betrokkene met goede afspraken met ontslag ging deed zich opnieuw ernstig nadeel voor wegens het aanspreken van personen op straat door betrokkene, waarop er conflicten ontstonden. Vervolgens bleek betrokkene voor vrijwillige behandeling niet langer gemotiveerd. Vervolgens deed zich een crisissituatie voor, waarbij betrokkene in een situatie verkeerde, waarin hij het idee had dat anderen het op hem hebben gemunt en dat hij werd vergiftigd. Betrokkene legde uit bescherming daartegen zichzelf en ook zijn familie forse vrijheidsbeperkingen op, die steeds grotere proporties aannamen. Ook ondernam hij levensgevaarlijke acties, onder meer door een brander te gebruiken. Betrokkene had bovendien kort daarvóór een ernstige suïcidepoging ondernomen met ernstig letsel aan zijn arm tot gevolg. Betrokkene is vervolgens opgenomen in [ziekenhuis] op de [afdeling] en daarna overgeplaatst naar [accommodatie] . Gedurende de klinische opname is gebleken dat het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene nog niet of althans onvoldoende is opgeklaard. Het is daarom de bedoeling dat de klinische zorg en behandeling worden voortgezet. Aangezien betrokkene recent nog heeft laten zien zich onvoldoende open te stellen voor het bieden van zorg en behandeling in een vrijwillig kader kan hij achter het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel staan. Wel sluit hij niet uit dat bij een voorspoedig verloop en voldoende resultaat, de zorg en behandeling op enig moment van een verplicht naar een vrijwillig kader over kan gaan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of na laten en het opnemen in een accommodatie. Op de vraag van de advocaat hoe lang de te verwachten opnameduur zal zijn antwoordt hij dat daarover in dit stadium geen voorspelling valt te geven.
4.3.
De verpleegkundige sluit zich aan bij dat wat door de psychiater naar voren is gebracht.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij op grond van de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting geen opmerkingen heeft ten aanzien van de bij zijn client vermoedelijk aanwezige psychische stoornis en het daardoor veroorzaakt ernstig nadeel. Zijn cliënt begrijpt ook dat voortgezette zorg nog noodzakelijk is. Echter laat zijn cliënt ook nadrukkelijk blijken dat hij volledig bereid is om aan bedoelde zorg in een vrijwillig kader mee te (blijven) werken. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij - bij wijze van subsidiair standpunt - het verplicht (kunnen) toepassen van ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ voor een zo kort mogelijke duur te laten plaats vinden. Daarbij speelt ook een belangrijke rol dat betrokkene zich op zijn toekomst wil gaan richten en hij daartoe plannen heeft gemaakt om met ondersteuning door [hulpverlening] zelfstandig te gaan wonen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in psychotische toestand aanvankelijk in [ziekenhuis] op de [afdeling] en vervolgens klinisch bij de [accommodatie] is opgenomen. Betrokkene sprak op straat ongewenst personen aan, naar zijn zeggen omdat zij verdacht gedrag vertoonden, waarop er conflicten ontstonden. Ook kampte hij met beelden dat hij en zijn familie vergiftigd worden onder meer door stofdeeltjes. In zijn pogingen om zichzelf en zijn familie daartegen te beschermen nam het gedrag van betrokkene steeds extremere vormen aan en zijn er bovendien door hem (brand)gevaarlijke acties ondernomen. Ook had betrokkene kort daarvóór een suïcidepoging ondernomen, waarbij hij ernstig letsel aan zijn arm heeft opgelopen. Uit de mondelinge toelichting van zijn behandelaar blijkt dat het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene nog niet of althans in onvoldoende mate is opgeklaard.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Daarnaast zal de rechtbank, analoog aan artikel 6:4, tweede lid Wvggz (met betrekking tot het ambtshalve opnemen van vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging), ook als verplichte vorm van zorg in deze machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel opnemen:
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met ambulant behandelteam FACT.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
5.6.
Betrokkene heeft ter zitting mondeling verklaard bereid te zijn aan voortgezette klinische zorg, voor zo lang als die nog nodig wordt geacht, vrijwillig mee te (blijven) werken. Naar het oordeel van de rechtbank strekken de beschikbare actuele gegevens en het besprokene ter zitting niet tot de overtuiging dat betrokkene daadwerkelijk over de daarvoor benodigde intrinsieke motivatie beschikt. De rechtbank dient het er daarom voor te houden dat betrokkene zich verzet zich tegen de nog noodzakelijke zorg.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de duur van drie weken.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.