Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon] , specialist oudergeneeskunde.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene, gediagnosticeerd met dementie met kenmerken van vasculaire en Alzheimer dementie, verblijft sinds 19 mei 2026 in een zorgaccommodatie op grond van een inbewaringstelling. De burgemeester van Steenbergen gaf deze inbewaringstelling af vanwege toenemende onrust, verwardheid, agressief gedrag en onveilige situaties thuis, vooral voor de partner van betrokkene.
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken. Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde die de medische situatie toelichtte.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit de psychogeriatrische aandoening. De ambulante zorg thuis is onvoldoende gebleken om de veiligheid te waarborgen. Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen.
Hoewel betrokkene aangeeft het goed te hebben in de zorgaccommodatie, verzet hij zich tegen voortzetting en wil hij terug naar huis. De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 3 juli 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.