ECLI:NL:RBZWB:2026:5486

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448144 / FA RK 26-2467
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan diverse psychische stoornissen. Betrokkene wenste niet door de toegevoegde advocaat te worden bijgestaan en voerde zelf het woord tijdens de zitting.

Betrokkene erkent suïcidale momenten en gezondheidsklachten door overlast van buren, maar betwist het ernstige nadeel zoals beschreven in de medische verklaring en stelt dat een zorgmachtiging niet noodzakelijk is. De psychiater bevestigt echter dat betrokkene ernstige psychotische klachten heeft die leiden tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en overlast voor de buurt.

De rechtbank concludeert dat betrokkene onvoldoende meewerkt aan noodzakelijke ambulante zorg en medicatie, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder periodiek contact met het ambulant behandelteam. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De beschikking is mondeling gegeven op 22 mei 2026 en schriftelijk vastgelegd op 2 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448144 / FA RK 26-2467
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] , [adres] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026 te [plaats] op de locatie van [accommodatie] , [locatie] . Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • betrokkene,
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , [accommodatie] .
Tevens was aanwezig de aan betrokkene toegevoegde advocaat, die voorafgaand aan de mondelinge behandeling opmerkt dat betrokkene aan hem duidelijk heeft gemaakt dat zij niet door hem wenst te worden bijgestaan. Om die reden onttrekt hij zich aan de zaak. De behandelend rechter legt vervolgens aan betrokkene uit dat zij gerechtigd is om zich door een andere advocaat te doen bijstaan of dat aan haar door de rechtbank een andere advocaat kan worden toegevoegd. In reactie daarop geeft betrokkene aan dat zij zich voldoende in staat acht om ter zitting zelf het woord te voeren en het plan van aanpak, dat zij heeft opgesteld mondeling toe te lichten. Op een later moment tijdens de mondelinge behandeling ter zitting herhaalt betrokkene dat zij niet wil dat de advocaat namens haar het woord voert. De mondelinge behandeling ter zitting heeft voorts plaats gevonden in aanwezigheid van de advocaat.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene merkt op dat er bij haar geen sprake is van wantrouwen of achterdocht. Wel heeft zij suïcidale momenten gekend onder invloed van auditieve hallucinaties. Momenteel kampt zij vooral met gezondheidsklachten wegens overlast gevend gedrag van haar buren, waartegen zij onvoldoende opgewassen is en waarvoor zij zorg en hulpverlening nodig heeft. Zij herkent zich niet in dat wat er over haar persoon in de medische verklaring is opgenomen over een psychisch ziektebeeld en daaruit veroorzaakt ernstig nadeel. Dat zij tot dusver voor zichzelf niet de juiste hulpverlening heeft ontvangen heeft ook te maken met frequent wisselende zorgverleners en met een verstoord geraakte werkrelatie tussen haar en de laatste RIBW begeleider. Zij heeft zelf intussen een plan van aanpak gemaakt, waarin veiligheidsmaatregelen zijn opgenomen, bedoeld om tijdig in te zetten zodra er bij haar sprake is van (dreigende) suïcidaliteit. Daarnaast zou zij willen zien dat er door haar zorgverleners passende ambulante begeleiding en praktische ondersteuning wordt ingezet, waardoor er, zodra zij dreigt te decompenseren, er sneller kan worden geschakeld en er tot een afbouw van de medicatie kan worden overgegaan. Voor dit alles is in haar visie een zorgmachtiging niet noodzakelijk. Dit betekent in het geval dat de rechtbank op het verzoek toewijzend mocht beslissen, zij die beslissing zal aanvechten.
3.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene langdurig kampt met een diversiteit aan psychotische klachten, die bij elkaar voor haar een ernstige belemmering vormen in haar dagelijks functioneren. In de praktijk leidt dit psychisch ziektebeeld tot ernstig nadeel in de vorm van het niet kunnen vasthouden van een vaste structuur, verwaarlozing van haar woning en het veroorzaken door middel van schreeuwen van geluidsoverlast in haar directe woonomgeving. Hierin schuilt het risico op maatschappelijke teloorgang en op het afroepen van agressie over zichzelf van anderen. Ook zijn er alarmerende signalen vanuit de woningbouwvereniging ontvangen. Betrokkene stelt zich wisselend wel en niet open voor de haar geboden ambulante zorg en voor contacten met [accommodatie] team. Ook gebruikt zij de medicatie in een lagere dosering dan is voorgeschreven. Daardoor wordt er met de geboden ambulante zorg weliswaar resultaat geboekt, maar blijft er van een kwetsbare situatie sprake. Betrokkene is zelf naar de [accommodatie] locatie gekomen en zij heeft - overeenkomstig het aan haar gegeven advies - het plan van aanpak meegenomen en als zodanig toegelicht, wat een positief gegeven is. Daar staat tegenover dat het risico dat zij zich aan de op dit moment noodzakelijk geachte zorg, indien er sprake is van vrijwillig-heid, zal onttrekken nog steeds in belangrijke mate aanwezig is. Met deze toelichting kan zij achter een zorgmachtiging staan, voor zover die ziet op het verplicht (kunnen) toepassen van het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zij het met uitzondering van het gebruik van communicatie-middelen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (onder andere verstandelijke beperkingen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen (autismespectrumstoornissen).
4.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene zich in een psychotisch kwetsbare situatie bevindt, die haar ernstig belemmert in haar dagelijks functioneren. Naast dat zij bij momenten onvoldoende structuur in haar leven weet aan te brengen heeft zij last van akoestische hallucinaties en van achterdocht, die ervoor zorgen dat zij vanuit angsten en onveilige gevoelens door haar gedrag overlast voor buurtbewoners veroorzaakt. Ook raakt zij daardoor in een isolement en zorgt die situatie ervoor dat zij zich wisselend of althans onvoldoende open stelt voor de betrokken ambulante zorg.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Uit de opstelling van betrokkene maakt de rechtbank op dat betrokkene zich niet (volledig) herkent in het ziektebeeld en in het ernstig nadeel, zoals dat in de medische verklaring is omschreven. Ook staat zij sceptisch tegenover de haar voorgeschreven medicatie omdat zij bang is voor bijwerkingen en gebruikt zij daarom niet de haar voorgeschreven maar een lagere dosering. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat er niet of althans onvoldoende op kan worden vertrouwd dat betrokkene de op dit moment noodzakelijk geachte ambulante zorg volledig zal accepteren en daaraan zal (blijven) meewerken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Verplichte zorg is om die reden nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met ambulant behandelteam [accommodatie] .
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.