ECLI:NL:RBZWB:2026:5490

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448323 / FA RK 26-2563
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij manische psychotische ontregeling met gevaar voor omgeving

Betrokkene, met een bipolaire stoornis type 1, is opgenomen in een accommodatie vanwege een manisch psychotische ontregeling na gevaarlijk gedrag, waaronder een auto-ongeluk. De officier van justitie verzoekt verlenging van de crisismaatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting geeft betrokkene aan zich moe te voelen en de opname als een zware strijd te ervaren, waarbij zij haar vrijheid beperkt ziet en zichzelf als voldoende capabel om thuis te functioneren. Haar advocaat benadrukt haar culturele achtergrond en eigen inzicht, en verzet zich tegen de voortzetting van de maatregel.

De behandelaar rapporteert ontremd gedrag en onvoldoende vrijwillige medicatie-inname, waardoor het risico op verdere ontregeling groot is. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, en wijst de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel toe voor drie weken, met passende vormen van verplichte zorg.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken wegens ernstig risico op levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448323 / FA RK 26-2563
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Anthonise-Gieling;
  • de heer [persoon 1] , arts, behandelaar;
  • de heer [persoon 2] , co-assistent;
  • [persoon 3] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 19 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij zich moe voelt en de hele situatie als een zware strijd ervaart. Zij benadrukt dat zij zich op de afdeling op zichzelf prettig voelt en waardering heeft voor het personeel en de omgeving maar dat zij moeite heeft met de structuur en beperkingen die de opname met zich meebrengt. Volgens betrokkene weet zij zelf het beste wat haar lichaam nodig heeft en voelt zij zich onvoldoende gehoord in haar eigen beleving en keuzes. Zij ervaart de opname als een forse inperking van haar vrijheid en geeft aan het gevoel te hebben dat haar leven de afgelopen periode onmogelijk is gemaakt. Betrokkene vindt dat zij naar huis kan en dat zij zelf verantwoordelijkheid kan dragen voor haar medicatie en haar handelen.
4.2.
De advocaat van betrokkene verzoekt namens betrokkene om afwijzing van het verzoek omdat het ernstig nadeel op dit moment onvoldoende zwaarwegend is om een verdere opname te rechtvaardigen. Betrokkene is het niet eens met de voortzetting van de crisismaatregel en wil graag terug naar huis. Daarbij wijst de advocaat op de culturele achtergrond van betrokkene en haar eigen inzicht in haar lichaam en grenzen. Volgens de advocaat wordt de huidige de situatie rondom betrokkene ernstiger weergegeven dan zij deze zelf ervaart. Daarnaast benadrukt de advocaat dat de opname en de opgelegde verplichte zorg een grote beperking vormen op de persoonlijke vrijheid van betrokkene.
4.3.
De behandelaar geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene enkele dagen geleden is opgenomen vanwege een manisch psychotische ontregeling. Volgens de behandelaar was er voorafgaand aan de opname sprake van gevaarlijk en ontremd gedrag van betrokkene waaronder een auto-ongeluk en incidenten in de openbare ruimte. Ook op de afdeling laat betrokkene volgens de behandelaar ontremd en onaangepast gedrag zien. De behandelaar acht voortzetting van de crisismaatregel dan ook noodzakelijk om betrokkene verder te laten herstellen en stabiliseren. Daarbij merkt de behandelaar op dat een consistente medicatie-inname noodzakelijk is terwijl betrokkene hierin wisselend meewerkt. Volgens de behandelaar is sprake van onvoldoende vrijwilligheid en is er een aanzienlijk risico op verdere ontregeling van betrokkene zonder verdere behandeling.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene vorige week met hoge snelheid een botsing met de auto heeft gemaakt tegen een lantaarnpaal toen zij in de auto zat waarbij de politie heeft geconstateerd dat betrokkene verward overkwam in het contact. Daarbij heeft de familie van betrokkene zorgen over betrokkene over een manische ontremming. Betrokkene zou inmiddels bij meerdere horecaplekken niet meer welkom zijn vanwege ongepast gedrag.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een bipolaire stoornis, type 1. Op dit moment is betrokkene manisch ontregeld met psychotische kenmerken.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene wil niet opgenomen blijven en accepteert geen behandeling. Verder is het de rechtbank gebleken dat de vrijwilligheid onvoldoende duurzaam is bij betrokkene.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
12 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, de griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.