Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
a) primair
5.De beoordeling
- Gelet op wat [eisende partij] daarover heeft gesteld (circa 40% van haar omzet) en de omvang van de bestellingen die [eisende partij] bij PFN plaatste, is voldoende aannemelijk dat [eisende partij] in zijn bedrijfsvoering (deels) afhankelijk was van de leveringen van PFN. Ook voor PFN had duidelijk moeten zijn dat [eisende partij] tijd nodig zou hebben om haar bedrijfsvoering aan te passen. Naar eigen zeggen was [eisende partij] een van hun grootste klanten en had de opzegging ook op hen effect.
- PFN heeft aan het begin van het hengelsportseizoen opgezegd.
- [eisende partij] heeft onvoldoende weersproken dat – en ook niet onderzocht of – zij Pure Fishing-producten bij groothandels zoals Arca NV had kunnen bestellen. Daarnaast is het niet zo dat er geen alternatieve A-merken zijn. PFN heeft op haar beurt echter onvoldoende weersproken dat het [eisende partij] tijd zou kosten om zich te positioneren met andere merken.
- De samenwerking tussen partijen verliep stroef. PFN noemt de door [eisende partij] gestuurde e-mails ‘intimiderend’. Hoewel de e-mails van [eisende partij] – zoals zij zelf ook toegeeft – niet vriendelijk waren, waren deze niet dusdanig onheus dat ze een onmiddellijke opzegging rechtvaardigen. Wel is te begrijpen dat PFN vanwege de verstoorde verhouding de samenwerking met [eisende partij] wilde beëindigen.