ECLI:NL:RBZWB:2026:5514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde bedrijfsruimte wegens onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn bedrijfsruimte, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €105.000. De rechtbank behandelde het beroep waarbij de heffingsambtenaar niet is verschenen en verzoeken tot uitstel en digitale deelname zijn afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede gelet op vergelijkbare objecten met aanzienlijk lagere WOZ-waarden. Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €73.000 echter ook niet volledig aannemelijk maken, onder meer vanwege verschillen in verdiepingsvloeroppervlakte.
De rechtbank stelde daarom de waarde schattenderwijs vast op €90.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de bedrijfsruimte wordt verminderd naar €90.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.