ECLI:NL:RBZWB:2026:5532
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks gehandicaptenparkeerkaart niet zichtbaar
Belanghebbende, houder van een Europese gehandicaptenparkeerkaart, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat op 22 februari 2025 zijn auto geparkeerd stond zonder dat de parkeerbelasting was voldaan. De auto stond op een locatie waar betaald parkeren geldt. Belanghebbende voerde aan dat hij in het bezit was van een gehandicaptenparkeerkaart, maar deze was vergeten achter de voorruit te leggen en lag op de achterbank.
De heffingsambtenaar verwees naar artikel 4 van Pro de Verordening parkeerbelastingen Goes 2025, waarin is bepaald dat de gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar achter de voorruit moet liggen om vrijstelling van parkeerbelasting te krijgen. Omdat deze voorwaarde niet was vervuld, was de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart niet voldoende is voor vrijstelling als deze niet zichtbaar is aangebracht. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef gehandhaafd. Tevens werd het griffierecht niet vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt gehandhaafd omdat de gehandicaptenparkeerkaart niet zichtbaar achter de voorruit lag.