Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5546

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
02-224243-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor inbraken en diefstal met schadevergoeding en gevangenisstraf

Op 15 augustus 2025 pleegde verdachte samen met mededaders inbraken in een camper en vijf auto's, met daarnaast twee pogingen tot auto-inbraak in Breda. Bij deze feiten werden onder meer autoruiten ingeslagen en diverse goederen weggenomen. Bloedsporen, getuigenverklaringen en camerabeelden brachten verdachte en zijn mededaders in verband met de feiten. Verdachte werd ook veroordeeld voor een diefstal op 1 februari 2026 in een winkel in Breda.

De rechtbank achtte feit 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van vernielingen (feit 3) wegens onvoldoende bewijs. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 169 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor materiële schade aan drie benadeelden, met toewijzing van schadevergoedingen en wettelijke rente.

De rechtbank motiveerde de straf met het ernstige karakter van de vermogensdelicten, de schade aan slachtoffers en het feit dat verdachte een first offender is van jonge leeftijd. De schadevergoedingsmaatregel omvat ook gijzeling bij niet-betaling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 23 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 169 dagen gevangenisstraf en hoofdelijk aansprakelijk voor materiële schade aan benadeelden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-224243-25 en 02-032578-26 (gev. ttz.)
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 juni 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] (Algerije),
uit anderen hoofde gedetineerd in het Justitieel Complex te [locatie] ,
raadsman: mr. G. Demir, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
02-224243-25
samen met anderen auto-inbraken
(feit 1), pogingen tot auto-inbraken
(feit 2)en autovernielingen
(feit 3)heeft gepleegd;
02-032578-26
een diefstal heeft gepleegd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
02-224243-25
De officier van justitie acht feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier. Van feit 3 heeft de officier van justitie vrijspraak gevraagd, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de vernielingshandelingen heeft verricht.
02-032578-26
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
02-224243-25
De verdediging meent dat niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de ten laste gelegde feiten. Verdachte ontkent betrokken te zijn geweest bij dat wat hem wordt verweten en niet kan worden geconcludeerd dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten, waaraan verdachte een significante bijdrage heeft geleverd. Voor feit 2 geldt verder dat niet kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had op het wegnemen van goederen en voor feit 3 dat niet kan worden bewezen dat verdachte de persoon was die de vernielingshandelingen heeft verricht.
02-032578-26
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten ter zitting heeft bekend.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
02-224243-25
Feit 1 en feit 2
De rechtbank acht feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat in de nacht van 15 augustus 2025 in Breda is ingebroken in een camper en vijf personenauto’s en dat is geprobeerd in te breken in twee andere personenauto’s. Bij de camper was een dakraam ingeslagen, bij zeven auto’s was een autoruit ingeslagen en bij één auto zat een barst in de autoruit.
De voertuigen stonden bij elkaar in de buurt geparkeerd op de [straat 1] en de [straat 2] . In diezelfde omgeving werd een groot deel van de weggenomen spullen teruggevonden. Op deze spullen en ook op en in de voertuigen werden bloedsporen aangetroffen.
Door twee getuigen zijn die bewuste nacht in de (nabije omgeving van de) [straat 1] omstreeks 03:30 uur en 03:55 uur drie mannen gezien die met elkaar spraken in een buitenlandse taal. Er werden meerdere klappen gehoord alsof er op autoruiten werd geslagen en gezien werd dat de mannen richting de [straat 3] liepen. Dit past bij de camerabeelden van de [straat 1] waarop omstreeks 03:36 uur drie mannen in beeld komen die zich rondom de daar geparkeerde voertuigen ophouden. Door één van hen wordt meerdere keren geslagen op een autoruit van een Hyundai en kort hierna zijn signalen te zien en te horen passend bij een autoalarm. Omstreeks 03:37 uur rennen de drie mannen gezamenlijk weg en verdwijnen ze uit beeld.
Voor de rechtbank bestaat er geen twijfel dat voornoemde drie mannen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren. De politie zag omstreeks 03:40 uur op de [straat 3] drie mannen staan bij een openstaand voertuig die direct te voet wegvluchtten, waarna de politie de achtervolging inzette. De drie mannen vluchtten samen de bosschages in en werden niet veel later in de directe omgeving aangehouden. [verdachte] werd omstreeks 04.08 uur aangehouden en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] omstreeks 04:26 uur. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zaten samen verstopt in de bosschages op welke plek een deel van de weggenomen spullen is teruggevonden. Daar komt nog bij dat [verdachte] door een verbalisant is herkend op de camerabeelden, welke verbalisant ook sterke gelijkenissen zag tussen een van de mannen op de beelden en [medeverdachte 2] . Daarnaast is het verkregen DNA-profiel van zeven verschillende bloedsporen gematcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] .
De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op het inbreken in voertuigen met het oogmerk om spullen weg te nemen. Ze waren met zijn drieën midden in de nacht op pad, waren bij elkaar toen er werd geslagen op autoruiten, hielden zich op in dezelfde omgeving als waar de (pogingen tot) inbraken hebben plaatsgevonden, zijn samen op de vlucht geslagen voor de politie en verstopten zich in de bosschages. Een en ander is voldoende om te kunnen concluderen tot het medeplegen door verdachte van de inbraken en de pogingen daartoe.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot inbraak in de Mazda van [aangever 1] (feit 2), nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat sprake was van braaksporen aan dit voertuig.
Feit 3
De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig voor feit 3 en zal verdachte hiervan vrijspreken. Ten laste is gelegd dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een Hyundai, een Mazda en een Audi A4. Op basis van het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat er schade is toegebracht aan de Mazda, zodat bewijs voor deze vernieling ontbreekt. Wel is schade toegebracht aan de Hyundai en de Audi A4. Bij de Hyundai zat een barst in de autoruit en bij de Audi A4 was een ruit ingeslagen, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte deze vernielingshandelingen heeft verricht.
4.4.
De bewezenverklaring
02-224243-25
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1op meerdere tijdstippen op 15 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen,
- uit een camper (merk Dethleffs, [kenteken 1] ) papieren van die camper en een pet toebehorende aan [aangever 2] en
- uit een personenauto (merk Opel, [kenteken 2] ) een leesbril toebehorende aan [aangever 3] en
- uit een personenauto (merk BMW, [kenteken 3] ) een zonnebrilhouder met zonnebril en kleingeld toebehorende aan [aangever 4] en
- uit een personenauto (merk Lexus, [kenteken 4] ) een sleutelbos en een dokterstas en een otoscoop toebehorende aan [aangever 5] en
- uit een personenauto (merk Opel Corsa, [kenteken 5] ) yogaballen en acht portofoons toebehorende aan [benadeelde 1]
- uit een personenauto (merk Audi, [kenteken 6] ) een padelracket en padelschoenen en hardloopschoenen en een rugzak (inhoudende sportspullen) toebehorende aan [aangever 6] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
feit 2op meerdere tijdstippen op 15 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om uit auto’s goederen die geheel of ten dele aan
- [aangever 7] en
- [benadeelde 2] ,
toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak
- een ruit van een personenauto Hyundai, [kenteken 7] van die [aangever 7] heeft verbroken en
- een ruit van een personenauto Audi A4, [kenteken 8] van die [benadeelde 2] heeft verbroken
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
02-032578-26
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 februari 2026 te Breda een tas (met inhoud) die aan [aangever 8] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest van verdachte.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte tot niet meer te veroordelen dan een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest van verdachte.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte en zijn twee mededaders hebben zich in 2025 in één nacht tijd schuldig gemaakt aan inbraak in een camper, vijf auto-inbraken en twee pogingen tot auto-inbraak. Niet alleen werden er goederen weggenomen, maar ook werden de betreffende voertuigen grof beschadigd. Dit leidt voor slachtoffers vanzelfsprekend tot ongemak en ergernis, waarbij de schade soms groter is dan de waarde van de gestolen goederen. Daarnaast heeft verdachte in 2026 ook nog een diefstal gepleegd door in de [winkel] in Breda een tas van een daar aanwezige klant weg te nemen. Door het plegen van deze vermogensdelicten heeft verdachte zich ernstig misdragen en geen respect getoond voor de eigendommen en belangen van anderen.
Bij de strafbepaling slaat de rechtbank acht op de specifieke feiten en omstandigheden van dit geval en op de landelijke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Verder wordt meegewogen dat verdachte een first offender is, dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht meerdere keren van toepassing is en dat verdachte, relatief gezien, van jonge leeftijd is.
Op 14 april 2026 heeft de reclassering de opdracht tot het opmaken van een advies retour gezonden, omdat zij niet in contact kon komen met verdachte. Verdachte was wel aanwezig tijdens het onderzoek ter zitting op 9 juni 2026. Hij gaf te kennen dat zijn asielprocedure loopt en dat hij uit anderen hoofde gedetineerd zit vanwege een veroordeling door de politierechter op 11 mei 2026.
Een en ander afwegende vindt de rechtbank de strafeis van de officier van justitie passend en zal zij verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten een gevangenisstraf van 169 dagen.

7.De vorderingen van de benadeelde partijen

02-224243-25
Axus Nederland B.V. (feit 1)
De benadeelde partij Axus Nederland B.V. vordert een schadevergoeding van € 338,57 voor materiële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het feit, ten aanzien van de aangever [aangever 4] , wiens auto geleased was bij Axus Nederland B.V., heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank volledig toewijsbaar. De gevorderde schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
[benadeelde 1] (feit 1)
De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 2.149,82 voor materiële schade.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte feit 1 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 1.743,23 (zijnde het totaal gevorderde exclusief btw nu benadeelde een btw-plichtige ondernemer betreft). Deze schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.
[benadeelde 2] (feit 2)
De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 58,40 voor materiële schade bestaande uit gemaakte reiskosten.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat feit 2 bewezen kan worden verklaard.
Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 48,18, waarbij de rechtbank een reiskostenvergoeding hanteert van € 0,33 per kilometer. Deze schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
Wettelijke rente
Bij de toe te wijzen vorderingen en de schadevergoedingsmaatregel zal tevens de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 15 augustus 2025.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
De rechtbank stelt ten aanzien van de vorderingen vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vorderingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen.
Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
02-224243-25
-
spreekt verdachte vrij van feit 3;
Bewezenverklaring
02-224243-25
-
verklaart feit 1 en feit 2 bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

02-032578-26

-
verklaart het ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

02-224243-25 en 02-032578-26

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-224243-25
feit 1:Diefstal door twee om meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;
feit 2:Poging tot diefstal door twee om meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;
02-032578-26
Diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 169 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partijen
02-224243-25
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
Axus Nederland B.V.(feit 1) van € 338,57 voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Axus Nederland B.V. te betalen een bedrag van € 338,57, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 3 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[benadeelde 1](feit 1) van
€ 1.743,23 voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- wijst het overige gedeelte van de vordering af;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde 1] te betalen een bedrag van € 1.743,23, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 16 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[benadeelde 2](feit 2) van
€ 48,18 voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- wijst het overige gedeelte van de vordering af;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 48,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 1 dag gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het toegewezen bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,
mr. R. de Jong en mr. H. Faouzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 juni 2026.
Mr. Faouzi is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlasteleggingen
02-224243-25
1.
hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 15 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- uit een camper/personenauto(merk Dethleffs, [kenteken 1] ) (onder andere) papieren van die camper en/of een pet, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] (bvh nummer [nummer 1] ) en/of
- uit een personenauto (merk Opel, [kenteken 2] ) (onder andere) een leesbril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] (bvh nummer [nummer 2] ) en/of
- uit een personenauto (BMW, [kenteken 3] ) (onder andere) een zonnebrilhouder met zonnebril en/of kleingeld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] en/of Axus Nederland BV (bvh nummer [nummer 3] ) en/of
- uit een personenauto (merk Lexus, [kenteken 4] ) (onder andere) een sleutelbos en/of een dokterstas en/of een doos met een otoscoop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5] (bvh nummer [nummer 4] ) en/of
- uit een personenauto (merk Opel Corso, [kenteken 5] ) (onder andere) een yogabal en/of acht portofoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]
((bvh nummer [nummer 5] ) en/of
- uit een personenauto (merk Audi, [kenteken 6] ) (onder andere) een padelracket en/of padelschoenen en/of hardloopschoenen en/of een rugzak (inhoudende sportspullen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] (bhv nummer [nummer 6] ),
in elk geval (telkens) aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 15 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit auto's goederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan
- [aangever 7] (bvh nummer [nummer 7] ) en/of
- [aangever 1] (bvh nummer [nummer 8] ) en/of
- [benadeelde 2] (bvh nummer [nummer 9] ),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking
- een ruit (van een personenauto Hyundai, [kenteken 7] ) van die [aangever 7] heeft verbroken/geforceerd en/of
- een deur (van een personenauto Mazda, [kenteken 9] ) van die [aangever 1] heeft geforceerd/verbroken en/of
- een ruit (van een personenauto Audi A4, [kenteken 8] ) van die [benadeelde 2] heeft verbroken/geforceerd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
3.
hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk
- een ruit (van een personenauto, Hyundai, [kenteken 7] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 7] toebehoorde en/of
- een deur (van een personenauto Mazda, [kenteken 9] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten [aangever 1] toebehoorde en/of
- een ruit (van een personenauto Audi A4, [kenteken 8] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten [benadeelde 2] toebehoorde,
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
(art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
02-032578-26
hij op of omstreeks 1 februari 2026 te Breda, althans in Nederland, een tas (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht )