Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5595

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
02-085811-23, 02-164012-21 (ttz. gev.)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 45 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor computervredebreuk en gerelateerde cybercriminaliteit met taakstraf

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 juni 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere cybercriminaliteitsfeiten, waaronder computervredebreuk, bezit van technische hulpmiddelen voor het plegen van misdrijven en poging tot diefstal via internetbankieren.

De zaak betrof twee parketnummers met diverse feiten, waaronder het verwerven en voorhanden hebben van niet-openbare gegevens, het gebruik van bots met malware, het binnendringen van webservers van Videoland en Argenta Bank, en het wijzigen van gegevens in een internetbankomgeving. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en geen verweer gevoerd.

Er zijn procesafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij een taakstraf van 240 uur werd voorgesteld. De rechtbank heeft deze afspraken getoetst aan de wettelijke eisen en het recht op een eerlijk proces, en heeft geoordeeld dat verdachte vrijwillig en bewust afstand heeft gedaan van bepaalde verdedigingsrechten.

De rechtbank achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend en veroordeelde verdachte conform de procesafspraken tot een taakstraf van 240 uur, met een subsidiaire hechtenis van 120 dagen. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een vuurwapen, omdat dit feit niet bewezen kon worden.

De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de positieve houding van verdachte, die zijn fouten erkende en een positieve levenswending heeft ingezet.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 120 dagen hechtenis subsidiair wegens computervredebreuk en gerelateerde cybercriminaliteit.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-085811-23 en 02-164012-21 (ttz. gev.)
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 juni 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. L. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
parketnummer 02-085811-23
feit 1: meerdere malen niet-openbare gegevens heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen;
feit 2: meerdere malen een technisch hulpmiddel heeft verworven of voorhanden heeft gehad dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 138ab, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht;
feit 3: computervredebreuk heeft gepleegd.
parketnummer 02-164012-21
feit 1: computervredebreuk heeft gepleegd;
feit 2: heeft geprobeerd geldbedragen van [benadeelde] te stelen door zich middels onrechtmatig verkregen inloggegevens de toegang te verschaffen tot haar internetbankrekening;
feit 3: gegevens in het computersysteem en/of webserver van de Argenta Bank, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , heeft veranderd, gewist en andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, dan wel dat hij dat heeft geprobeerd;
feit 4: een technisch hulpmiddel (APK bestanden en/of phishing website) dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 350a of 350c van het Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd, verkocht, verspreid of voorhanden gehad;
feit 5: een vuurwapen van categorie I voorhanden heeft gehad.

3.De procesafspraken

Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. De getekende overeenkomst waarin deze procesafspraken zijn opgenomen is op 9 juni 2026 aan de rechtbank toegestuurd. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
Op de inhoudelijke behandeling van 12 juni 2026 heeft de rechtbank de officier van
justitie gewezen op enkele onvolkomenheden in de overeenkomst die betrekking hebben op, onder meer, de exacte bewoordingen in de bewezenverklaring en de kwalificaties.
Het afdoeningsvoorstel houdt in de kern het volgende in:
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 (primair) en 3 aan verdachte ten laste gelegde feiten binnen de zaak met parketnummer 02-085811-23;
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot bewezenverklaring van de aan verdachte tenlastegelegde feiten 1, 2, 3 (primair) en 4 en integrale vrijspraak vorderen voor feit 5 (wapenbezit) binnen de zaak met parketnummer 02-164012-21;
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een strafoplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren;
- het Openbaar Ministerie zal in deze zaken geen ontnemingsvorderingen aanbrengen;
- verdachte zal geen nadere onderzoekswensen indienen of (inhoudelijke) verweren voeren;
- er zal geen inhoudelijk verweer gevoerd worden;
- verdachte doet schriftelijk afstand van de in bijlage C bij de procesafspraken benoemde in beslag genomen goederen, conform de bijgevoegde schriftelijke afstandsverklaring (bijlage D);
- verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging zal leiden tot een veroordeling van één of meerdere strafbare feiten als omschreven in de tenlasteleggingen;
- de verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudings- en/of schorsingsverzoeken indienen, tenzij thans onvoorziene omstandigheden / een acute
situatie van persoonlijke aard ontstaat die thans niet wordt voorzien;
- verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien
de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de
verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- verdachte en de raadsman zullen in het kader van de inhoudelijke behandeling het
bovenstaande herhalen.
De overeenkomst met daarin de procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, inclusief bijlagen, is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank
De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten als verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich bij de totstandkoming van de procesafspraken heeft laten bijstaan door zijn raadsman. Verdachte was ook samen met zijn raadsman ter zitting van 12 juni 2026 aanwezig, waarop de inhoud van de procesafspraken is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is (geweest) bij de (totstandkoming van de) procesafspraken en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank draagt een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. Hierbij staat met name de beantwoording van de vragen conform artikel 348 en Pro artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafvordering centraal.
De officier van justitie, de raadsman en verdachte hebben ter zitting bevestigd achter de procesafspraken te staan. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij deze afspraken met zijn raadsman heeft besproken en dat de inhoud daarvan duidelijk voor hem is. Hij begrijpt wat de consequenties zijn indien de rechtbank de procesafspraken volgt, in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten, en hij accepteert de op te leggen straf, zoals is voorgesteld.
De rechtbank heeft geverifieerd en is daarna van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl verdachte zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van zijn verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan hem op grond van artikel 6 EVRM Pro toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van deze afspraken niet bij haar oordeel te betrekken.

4.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

5.De beoordeling van het bewijs

5.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feiten 1, 2 primair en 3 van parketnummer 02-085811-23 en feiten 1, 2, 3 en 4 van parketnummer 02-164012-21 heeft begaan. Feit 5 van parketnummer 02-164012-21 kan naar de mening van de officier van justitie niet wettig en overtuigend worden bewezen.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd voor feiten 1, 2 primair en 3 van parketnummer 02-085811-23 en feiten 1, 2, 3 en 4 van parketnummer 02-164012-21.
5.3.
Het oordeel van de rechtbank
parketnummer 02-085811-23
Aangezien verdachte ten aanzien van feit 1, 2 primair en 3 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 12 juni 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd AMB-014;
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd AMB-021 voor feit 1;
- het artikel 27 proces Pro-verbaal NN ten aanzien van feit 2;
- de aanvulling op het artikel 27 proces Pro-verbaal ten aanzien van feit 2.
parketnummer 02-164012-21
feit 1, 2 en 3
Aangezien verdachte ten aanzien van deze feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 12 juni 2026;
- de aangifte van [benadeelde] (pagina 66);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 16 (pagina 69), met bijlage;
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 99 (pagina 291);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 55 (pagina 105);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 117 (pagina 311);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 54 (pagina 102);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 19 (pagina 78);
feit 4
Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 12 juni 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 121 (pagina 594);
- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 122 (pagina 604).
feit 5
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 5 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
5.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
parketnummer 02-085811-23
feit 1
in de periode van 24 februari 2022 tot en met 4 april 2023 te [plaats] , meermalen, niet-openbare gegevens, te weten 41 zip-bestanden met daarin inloggegevens en (computer)systeeminformatie van derden heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze gegevens wist dat deze door misdrijf waren verkregen;
feit 2 primair
in de periode 2 juli 2018 tot en met 1 augustus 2020 te [plaats] meermalen,
een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht
en
een computerwachtwoord en toegangscode, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk
heeft ontvangen, zich verschaft en verworven, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd,
door op de website Genesis Marketplace ongeveer 71 bots aan te schaffen, een bot zijnde een met malware geïnfecteerde computer en server, bevattende gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en browser fingerprints van derden, toebehorende aan een of meer (onbekende) perso(o)n(en) waarmee toegang kan worden verkregen tot (een) geautomatiseerd werk(en) of een deel daarvan;
feit 3
op 27 november 2021 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk in een gedeelte van geautomatiseerde werken, te weten webservers toebehorende aan Videoland, waarop een digitaal Videoland-account van [account] wordt gehost, is binnengedrongen, met behulp van valse signalen of een valse sleutel, door het inloggen met een onrechtmatig verkregen inlognaam, wachtwoord en andere inloggegevens van een accounthouder van Videoland, te weten het [account] ;
parketnummer 02-164012-21
feit 1
op 14 juni 2018 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk in (een gedeelte van) geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en webservers van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , is binnengedrongen, door het doorbreken van de beveiliging, door een technische ingreep, met behulp van valse signalen of een valse sleutel endoor het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door in te loggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en andere inloggegevens van een accounthouder van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, te weten van [benadeelde] ;
feit 2
op 14 juni 2018 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meerdere geldbedragen, dat/die aan [benadeelde] toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door het inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en andere inloggegevens van een accounthouder van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, te weten van [benadeelde] , zich toegang heeft verschaft tot de internetbankrekening van [benadeelde] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 3 primair
op 14 juni 2018 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van geautomatiseerde werken te weten computersystemen en webservers van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen, heeft veranderd immers heeft hij, verdachte,
- het telefoonnummer verwijderd en in plaats daarvan een ander telefoonnummer vermeld en
- het telefoonnummer toegevoegd door een ander telefoonnummer te vermelden;
feit 4
in de periode van 16 maart 2018 tot en met 25 februari 2019, te [plaats] , met het oogmerk om een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht te plegen, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten een of meerdere APK bestanden die als kwaadaardige software zijn geclassificeerd en een phishing website, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7.De strafoplegging

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en de rechtbank verzocht om aan te sluiten bij de procesafspraken.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
Onder verdachte zijn 41 zipbestanden met tekstbestanden met inloggegevens van derden en 71 bots waarmee toegang tot accounts kon worden verkregen aangetroffen. De bots zijn aangekocht via Genesis Market, een digitale marktplaats die zich richt op de handel in gegevens en tools voor computercriminaliteit. Met die gegevens heeft verdachte ook daadwerkelijk ingelogd op een Videoland-account en de bankrekening van aangever. Bij de bankrekening heeft verdachte, in een poging om geld over te maken, gegevens gewijzigd. Dit duidt op een listige en doelgerichte wijze van handelen. Daarnaast is in de woning van verdachte een USB-stick met een phishingwebsite en kwaadaardige software aangetroffen.
Gelet op deze feiten, in samenhang bezien, blijkt dat geen sprake was van een incidentele of impulsieve gedraging, maar van handelen dat was gericht op het verkrijgen en benutten van ongeoorloofde toegang tot digitale systemen en accounts. In een samenleving waarin burgers en organisaties in toenemende mate afhankelijk zijn van digitale voorzieningen, tasten dergelijke feiten het vertrouwen in de veiligheid en betrouwbaarheid van geautomatiseerde systemen aan. Het wederrechtelijk binnendringen van accounts en systemen kan leiden tot financiële schade, aantasting van de persoonlijke levenssfeer en verstoring van de normale dienstverlening. Hoewel er in dit geval geen daadwerkelijke financiële schade is geleden, is het handelen van verdachte ontwrichtend geweest voor maatschappij en economie.
Verdachte heeft in een schriftelijke verklaring aangeven dat hij erkent fout te hebben gehandeld en daar zijn volledige verantwoordelijkheid voor te nemen. Hij heeft zijn leven inmiddels een andere, positieve, richting gegeven. Hij kijkt met schaamte terug op zijn fouten, maar ook met de overtuiging dat hij daarvan heeft geleerd. Hij is vastbesloten om nooit meer terug te vallen in gedrag dat anderen of hemzelf schaadt. De bevestiging van deze verklaring door verdachte ter zitting kwam op de rechtbank oprecht over. De rechtbank zal hiermee in positieve zin rekening houden bij de bepaling van de straf.
Ook weegt de rechtbank mee dat de behandeling van deze zaak de redelijke termijn ruimschoots heeft overschreden, wat een lagere straf tot gevolg heeft.
Procesafspraken leiden daarnaast reeds naar hun aard tot een strafkorting. Verdachte heeft volledig en open meegewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot efficiëntere rechtspleging heeft geleid. Daar is ook de maatschappij bij gebaat. De strafzaak is sneller definitief afgerond dan tijdens een regulier proces, terwijl recht wordt gedaan aan alle feiten en omstandigheden.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de voorgestelde strafafdoening die in de procesafspraken is overeengekomen passend en geboden is. De rechtbank legt daarom ook aan verdachte op een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.

8.Het beslag

Nu verdachte schriftelijk afstand heeft gedaan van alle goederen die op de beslaglijsten zijn vermeld, hoeft de rechtbank hierover geen beslissing meer te nemen.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 57, 138ab, 139d, 139g, 311, 350a en 350d van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het bij parketnummer 02-164012-21 onder 5 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 02-085811-23
feit 1:het verwerven en voorhanden hebben van niet-openbare gegevens, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze gegevens wist dat deze door misdrijf zijn verkregen, meermalen gepleegd;
feit 2:met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c wordt gepleegd,
een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, ontvangen, zich verschaffen en verwerven
en
een computerwachtwoord en toegangscode waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, verwerven,
meermalen gepleegd;
feit 3:computervredebreuk;
parketnummer 02-164012-21
feit 1:computervredebreuk;
feit 2:poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
feit 3:opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, worden verwerkt en overgedragen, veranderen en wissen;
feit 4:met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in art. 350a, eerste lid, of 350c wordt gepleegd, voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, en mr. H. Skalonjic en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 juni 2026.
Mr. Skalonjic is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
parketnummer 02-085811-23
feit 1
hij, in of omstreeks de periode van 24 februari 2022 tot en met 4 april 2023 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, niet-openbare gegevens, te weten (ongeveer) 41 zip-bestanden met daarin inloggegevens en (computer)systeeminformatie van derden heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
feit 2 primair
hij, in of omstreeks de periode 2 juli 2018 tot en met 1 augustus 2020 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht (sub a)
en/of
een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk (sub b)
heeft vervaardigd, ontvangen, zich verschaft, overgedragen, verkocht, verworven, vervoerd, ingevoerd, uitgevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd,
door op de website Genesis Marketplace ongeveer 71 bots aan te schaffen, een bot zijnde een met malware geïnfecteerde computer en/of server, bevattende gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en/of browser fingerprints van derden, toebehorende aan een of meer (onbekende) perso(o)n(en) waarmee toegang kan worden verkregen tot (een) geautomatiseerd werk(en) of een deel daarvan;
feit 2 subsidiair
hij, in of omstreeks de periode van 2 juli 2018 tot en met 1 augustus 2020 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, niet-openbare gegevens, te weten (ongeveer) 71 bots, een bot zijnde een met malware geïnfecteerde computer en/of server, bevattende gebruikersnamen, wachtwoorden, browsercookies en/of browser fingerprints van derden, toebehorende aan een of meer (onbekende) perso(o)n(en) waarmee toegang kan worden verkregen tot (een) geautomatiseerd werk(en) of een deel daarvan heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
feit 3
hij, op of omstreeks 27 november 2021 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in (een gedeelte van) geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en/of webservers toebehorende aan Videoland, waarop een digitaal Videoland-account van [account] wordt gehost, althans bereikbaar is is binnengedrongen, met behulp van valse signalen of een valse sleutel, door het inloggen met een onrechtmatig verkregen inlognaam, wachtwoord en/of andere inloggegevens van een accounthouder van Videoland, te weten het [account] .
parketnummer 02-164012-21
feit 1
hij, op of omstreeks 14 juni 2018 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk in (een gedeelte van) geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en/of webservers van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , althans bereikbaar is, is binnengedrongen, door het doorbreken van de beveiliging, door een technische ingreep, met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door in te loggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en/of andere inloggegevens van een accounthouder van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, te weten van [benadeelde] ;
feit 2
hij, op of omstreeks 14 juni 2018 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door het inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen, wachtwoorden en/of andere inloggegevens van een accounthouder van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, te weten van [benadeelde] , zich toegang heeft verschaft tot de internetbankrekening van [benadeelde] en waarna hij een of meerdere geldbedragen heeft overgemaakt naar één of meerdere bankrekeningen van een derde, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 3 primair
hij, op of omstreeks 14 juni 2018 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van geautomatiseerde werken te weten computersystemen en/of webservers van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , althans bereikbaar is, zijn opgeslagen, worden verwerkt en/of worden overgedragen, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan toegevoegd immers heeft hij, verdachte,
- het telefoonnummer en het tegenrekeningnummer verwijderd en in plaats daarvan een ander telefoonnummer en tegenrekeningnummer vermeld en/of
- het telefoonnummer en het tegenrekeningnummer toegevoegd door een ander telefoonnummer en tegenrekeningnummer te vermelden;
feit 3 subsidiair
hij, op of omstreeks 14 juni 2018 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van geautomatiseerde werken te weten computersystemen en/of webservers van de Argenta Bank/Argenta Spaarbank NV, bevattende de internetbankieren omgeving van [benadeelde] , althans bereikbaar is, zijn opgeslagen, worden verwerkt en/of worden overgedragen, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan toegevoegd immers heeft hij, verdachte,
- het telefoonnummer en het tegenrekeningnummer verwijderd en in plaats daarvan een ander telefoonnummer en tegenrekeningnummer vermeld en/of
- het telefoonnummer en het tegenrekeningnummer toegevoegd door een ander telefoonnummer en tegenrekeningnummer te vermelden;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 4
hij, in of omstreeks de periode van 16 maart 2018 tot en met 25 februari 2019, te [plaats] , althans in Nederland, met het oogmerk om een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid of 350c van het Wetboek van Strafrecht te plegen, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf (sub a), te weten een of meerdere APK bestanden die als kwaadaardige software zijn geclassificeerd en/of een phishing website, heeft vervaardigd, verkocht, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad;
feit 5
hij, op of omstreeks 25 februari 2019 te [plaats] , althans in Nederland, een wapen van categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukwapen gelijkend op een vuurwapen van het merk Beretta model 92FS Brigadier, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.