ECLI:NL:RBZWB:2026:5598

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
02-053017-26
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80 SvArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis verdachte brandstichtingen onder voorwaarden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 juni 2026 besloten de voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van twee brandstichtingen met een bom bij een woning, te schorsen. De gevangenhouding was op 11 maart 2026 bevolen. Op verzoek van verdachte is de zaak opnieuw beoordeeld.

De rechtbank constateert ernstige bezwaren tegen verdachte, maar acht het ontbreken van een geschokte rechtsorde reden om de 12-jaarsgrond voor voorlopige hechtenis niet langer te hanteren. De medeverdachte was eerder geschorst zonder dat maatschappelijke onrust ontstond. Het recidivegevaar kan volgens de rechtbank voldoende worden ondervangen met schorsingsvoorwaarden.

De rechtbank weegt het persoonlijk belang van verdachte zwaarder dan het strafvorderlijk belang en wijst erop dat het 'moeilijk uit te leggen' zijn van vrijlating geen relevant criterium is. Verdachte krijgt de kans zich te bewijzen onder voorwaarden zoals locatieverbod, elektronisch toezicht, contactverbod met aangevers, en medewerking aan reclassering en behandeling.

De schorsing gaat gepaard met strikte voorwaarden waaronder het niet plegen van strafbare feiten, medewerking aan identificatie, aanwezigheid bij zittingen en reclassering, en elektronische monitoring. Hiermee wil de rechtbank de belangen van verdachte en de samenleving in balans brengen voordat de zaak inhoudelijk wordt behandeld.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-053017-26

bevel schorsing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 24 juni 2026

(artikel 80 Wetboek Pro van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 2003 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres 1] ,
nu gedetineerd in P.I. [plaats] .
Raadsman mr. A.H.J. Bals.

Procedure

Op 11 maart 2026 heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Op 18 juni 2026 is op griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.

Beoordeling

De rechtbank acht ernstige bezwaren aanwezig voor twee brandstichtingen door middel van een bom bij de voordeur van een woning.
De rechtbank legt de 12-jaarsgrond ook niet langer ten grondslag aan de voorlopige hechtenis, vanwege het ontbreken van een geschokte rechtsorde. De medeverdachte is begin april geschorst en toen is niet gebleken van maatschappelijke onrust. Naar het oordeel van de rechtbank kan het recidivegevaar voldoende met de schorsingsvoorwaarden worden ondervangen. De officier van justitie heeft nog betoogd dat het moeilijk uit te leggen is dat verdachte op vrije voeten zou komen. De rechtbank wijst erop dat ‘moeilijk uitleggen’ geen relevant criterium is in het verdragsrechtelijk en wettelijk kader van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank is van oordeel dat het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Daarbij komt dat de doelen die met de voorlopige hechtenis worden nagestreefd door het stellen van voorwaarden aan een schorsing ook kunnen worden bereikt. De rechtbank zal verdachte de kans bieden zich - in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis - van zijn beste kant te laten zien voordat zijn zaak inhoudelijk behandeld wordt.
De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de hieronder vermelde schorsingsvoorwaarden.

Beslissing

De rechtbank:
schorst de voorlopige hechtenis
met ingang van het tijdstip dat verdachte is aangesloten aan de elektronische monitoring (uiterlijk maandag 29 juni 2026 om 17:00 uur)., onder de volgende voorwaarden.
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
5. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie.
6. De verdachte zal bij wijziging van zijn of haar adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie.
7. De verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zijn.
8. De verdachte meldt zich binnen 3 dagen na schorsing van de preventieve hechtenis bij de Reclassering Nederland via telefoonnummer 088-8041504 (Langendijk 34, 4819 EW Breda). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering , zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
9. De verdachte werkt mee aan een ambulant pro-Justitia onderzoek, indien dit door het NIFP mogelijk wordt geacht. Indien een ambulant pro-Justitia niet mogelijk blijkt, werkt verdachte mee aan een ambulante diagnostiek en eventuele daaruit voortvloeiende behandeling, waarbij de reclassering nadrukkelijk opmerkt dat een dergelijk onderzoek niet gelijkwaardig is aan een pro-Justitia onderzoek. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De behandeling duurt de gehele schorsing of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
9. De verdachte heeft op geen enkele wijze, direct of indirect, contact met aangevers [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 1967 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 1989, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
10. De verdachte bevindt zich gedurende de schorsing van de preventieve hechtenis
niet in de straal van 5 km van de woning van het slachtoffer, zolang de reclassering
dat nodig vindt (zie bijgevoegde afbeelding). De reclassering kan tijdens deze
periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of
aan verdachte toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald
deel van het verboden gebied te bevinden. Verdachte werkt mee aan elektronisch
toezicht op de naleving van het locatieverbod, voor de genoemde periode of zoveel
korter als de reclassering dat nodig vindt; Tevens is het zo dat verdachte voor een
goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch
toezicht Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering.
[afbeelding geanonimiseerd]
11. De verdachte is gedurende de schorsing van de preventieve hechtenis aanwezig op
vooraf vastgestelde tijdstippen op het verblijfadres, zolang de reclassering dat nodig
vindt. Het locatiegebod geldt op de volgende dagen en tijden: Bij de start dient
verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding 7 uur op het verblijfadres te zijn.
Op doordeweekse dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 22
uur en op dagen in het weekend 7 uur. De reclassering kan tijdens deze periode de
dagen en tijden waarop het locatiegebod geldt, al dan niet tijdelijk verminderen. De
reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk
van de dagbesteding. Het huidige verblijfadres is [adres 2]
. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de
reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte werkt mee aan elektronisch
toezicht op de naleving van het locatiegebod, voor de genoemde periode of zoveel
korter als de reclassering dat nodig vindt.
Draagt de reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden.
Dit bevel is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 24 juni 2026 door:
mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,
mr. F.L. Donders en mr. P.K.J. van der Wal, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.T. Jonker, griffier.