Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
CZ Zorgverzekeringen vordert van gedaagde een bedrag van €161,31 wegens betaling aan een huisartsenpraktijk op grond van een verdragspolis. Gedaagde was ingeschreven bij een huisarts in Nederland maar werkte in België. CZ betaalde honorarium aan de huisarts, maar stelde later vast dat gedaagde niet meer verzekerd was in België, waardoor de verdragspolis met terugwerkende kracht werd beëindigd.
CZ vordert terugbetaling van het honorarium omdat de polis met terugwerkende kracht is stopgezet. Gedaagde voert verweer dat hij slechts een aanvullende verzekering bij CZ heeft en dat CZ ten onrechte eigen risico in rekening bracht. De rechtbank oordeelt dat CZ de vordering baseert op onverschuldigde betaling, maar dat de betaling aan de huisartsenpraktijk is gedaan en niet aan gedaagde.
Daarom kan gedaagde niet worden veroordeeld tot betaling. De rechtbank vult de rechtsgronden ambtshalve aan, maar vindt geen andere grondslag voor toewijzing. CZ wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: De vordering van CZ tot betaling van onverschuldigde honorariumkosten wordt afgewezen.