4.4.De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1.
op 11 maart 2026 te [plaats 2] een geldbedrag van € 620,-, dat aan LIDL toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever 1] te vertellen 'give me the money' en 'taser' en 'give me the money, give me the money' en 'open it, open it', en/of
- die [aangever 1] een taser te tonen en deze bij haar arm te houden, en/of
- een elektrische stroomstoot op de bovenarm van die [aangever 2] toe te dienen, en/of
- in de kassalade te graaien, geld te pakken en dit in zijn zakken te stoppen;
2.
op 11 maart 2026 te [plaats 2] wapens van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een stroomstootwapen, merk Paral Yseur, en
- een stroomstootwapen, merk onbekend, type 801, en
- een stroomstootwapen, merk So’n Bu’u 80kv,
zijnde voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;
3.
op 11 maart 2026 te [plaats 2] wapens van categorie I onder 2° van de Wet wapens en munitie, te weten
- een opvouwbaar mes, merk CCCP model AK-47, en
- een mes, merk Hibben Knives, model Rabolll
voorhanden heeft gehad;
4.
op 11 maart 2026 te [plaats 2] een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen Glock 17 gen 5 voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.