ECLI:NL:RBZWB:2026:5618

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446412 / JE RK 26-506
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

In deze zaak heeft de kinderrechter op 22 april 2026 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling van een minderjarige werd verlengd tot 9 februari 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2027. De gecertificeerde instelling (GI) heeft echter geconstateerd dat in het dictum van deze beschikking een kennelijke fout is gemaakt: de machtiging tot uithuisplaatsing had verlengd moeten worden tot 9 november 2026 in plaats van 2027.

De GI heeft de rechtbank verzocht deze fout te herstellen. De moeder van de minderjarige, vertegenwoordigd door haar advocaat, heeft hiermee ingestemd. De kinderrechter heeft op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geoordeeld dat sprake is van een kennelijke, voor partijen kenbare en eenvoudig te herstellen fout.

De kinderrechter heeft daarom de beschikking van 22 april 2026 hersteld door de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing te wijzigen van 9 november 2027 naar 9 november 2026. De ondertoezichtstelling blijft verlengd tot 9 februari 2027. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er staat geen hoger beroep open tegen deze herstelbeschikking.

Uitkomst: De kinderrechter herstelt de beschikking door de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 9 november 2026 in plaats van 2027.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446412 / JE RK 26-506
Herstelbeschikking van 26 mei 2026
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de pleegzorgmedewerker] ([hulpverlening]),
hierna te noemen: de pleegzorgmedewerker.

1.Het nadere verloop van de procedure

1.1.
Het nadere verloop van de procedure bestaat uit:
  • de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank met kenmerk C/02/446412 / JE RK 26-506, in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026;
  • een bericht van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
1.2.
De moeder en haar advocaat zijn op 8 mei 2026 schriftelijk in de gelegenheid gesteld om zich binnen twee weken uit te laten over het verzoek van de GI. De advocaat heeft namens de moeder op 13 mei aangegeven akkoord te zijn met het verzoek van de GI.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij beschikking van de kinderrechter van 22 april 2026 zijn de verzoeken van de GI tot de verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor een periode van negen maanden en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg voor een periode van zes maanden toegewezen. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is verlengd tot 9 februari 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg is verlengd tot 9 november 2027.
2.2.
De GI geeft in het onder rechtsoverweging 1.1. genoemde bericht aan dat in rechtsoverweging 6.2. van de beschikking van 22 april 2026 per abuis is vermeld dat de machtiging tot uithuisplaatsing is uitgesproken tot 9 november 2027. In plaats van ‘verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2026’ is ‘verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2027’ in het dictum van de beschikking vermeld. De GI verzoekt de rechtbank het dictum aan te passen en de beschikking te herstellen.
2.3.
De kinderrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de kinderrechter op verzoek van een partij een kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fouten. De kinderrechter overweegt dat is gebleken dat de door de kinderrechter in deze zaak gegeven beschikking van 22 april 2026 een kennelijke fout bevat. In het dictum van deze beschikking is per abuis ‘verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2027’ vermeld, in plaats van ‘verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2026’. De kinderrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout en dat deze voor eenvoudig herstel vatbaar is. De kinderrechter zal de beschikking van 22 april 2026 dan ook verbeteren, als hierna te melden.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
bepaalt dat het dictum van de beschikking van 22 april 2026:
“6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.”
wordt gewijzigd in:
“6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg tot 9 november 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.”
Deze beslissing is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open. Deze beschikking brengt geen wijziging in de mogelijkheden en/of de termijn van hoger beroep tegen de beschikking die thans is verbeterd.