ECLI:NL:RBZWB:2026:5621

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447968 / FA RK 26-2378
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor zes maanden op grond van Wvggz wegens psychische stoornis en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 mei 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden aan betrokkene, geboren in 1994, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en verslavingsstoornissen. De machtiging omvat verplichte zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie.

Betrokkene is momenteel stabieler en oefent met vrijheden, maar de rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk als vangnet om in te kunnen grijpen bij terugval. De casemanager en regiebehandelaar bevestigen de ernst van de psychische en somatische problematiek, waaronder diabetes en agressie naar begeleiders. Vrijwillige zorg is onvoldoende gebleken vanwege eerdere zorgmijding.

De rechtbank wijst het beperken van communicatiemiddelen af als noodzakelijke maatregel. De zorgmachtiging wordt toegekend met het oog op stabilisatie en herstel, waarbij de verplichte zorg evenredig en effectief wordt geacht. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk bevestigd op 29 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen, exclusief beperking van communicatiemiddelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447968 / FA RK 26-2378
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor tot het verlenen van een zorgmachtiging als
bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvende bij de [accommodatie] aan het [adres] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026 bij de [accommodatie] aan het [adres] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • casemanager, mevrouw [persoon 1] ;
  • regiebehandelaar, mevrouw [persoon 2] .
1.3.
Tevens waren bij de zitting aanwezig, maar zijn niet gehoord een verpleegkundige van de afdeling en een stagiaire van mr. Van ’t Hoff.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot voortzetting van de crisismaatregel, welke machtiging geldt tot en met 14 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het beter met haar gaat. Zij is nu rustiger. Betrokkene is abstinent en is veranderd; zij is anders gaan denken over haar levensstijl. Haar terugval is volgens betrokkene te wijten aan verkeerde vrienden. Hoewel betrokkene een zorgmachtiging wat overdreven vindt, ziet zij daarvan ook de voordelen. De zorgmachtiging kan gelden als een stok achter de deur. Betrokkene vindt het fijn dat zij, wanneer zij weer thuis is, aan de bel kan trekken wanneer het mis gaat.
4.2.
De casemanager verklaart, samengevat, als volgt. De afgelopen maanden is het toestandsbeeld van betrokkene fors verslechterd. De stemmenlast van betrokkene, in combinatie met middelengebruik, zorgde voor een terugval. Het was niet meer mogelijk om met betrokkene in contact te komen. Met name was er sprake van verwaarlozing op somatisch vlak. Betrokkene heeft diabetes en ging daar niet goed mee om. Ook vertoonde zij (fysieke) agressie naar begeleiding van het RIBW, waar betrokkene woont. Inmiddels wordt gezien dat het beter met betrokkene gaat. Zij is meer in gesprek met de hulpverlening. Betrokkene heeft baat bij de structuur die haar nu tijdens de opname geboden wordt. Van de verzochte vormen van verplichte zorg is het beperken van gebruik van communicatiemiddelen niet nodig.
4.3.
De regiebehandelaar vult hierop, samengevat, nog aan dat betrokkene aan het oefenen is met vrijheden en zij regelmatig weer terug naar huis gaat. Dit wordt goed gemonitord. Bezien moet worden wat deze oefeningen doen met haar psychische gesteldheid en haar zucht naar middelen.
4.4.
De advocaat voert, samengevat, het volgende aan. Het gaat zichtbaar beter met betrokkene. Zij is goed opgevangen. Op dit moment is het te vroeg om de teugels los te laten. Betrokkene heeft baat bij een zorgmachtiging als vangnet. Zij verzet zich niet tegen een zorgmachtiging voor zes maanden waarbij het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen niet nodig is en zal zich refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Op grond van de overgelegde stukken en de toelichting van de casemanager en regiebehandelaar ter zitting is gebleken dat betrokkene in ieder geval lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel, zo blijkt uit de toelichting ter zitting, bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van verbale en fysieke agressie richting begeleiders van het RIBW en zij daar overlast veroorzaakt. Daarnaast is er sprake van zelfverwaarlozing alsook het risico op ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft namelijk diabetes en volgt wanneer zij in gebruik is behandeladviezen niet op waardoor somatische problemen verwaarloosd raken, met alle gevolgen van dien.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel de rechtbank ziet dat het beter met betrokkene gaat, heeft zij er niet het vertrouwen in dat er met betrokkene, in dit stadium van haar herstel, (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat betrokkene zich eerder zorgmijdend heeft opgesteld en behandeling in een vrijwillig kader tot op heden niet toereikend is gebleken. Daarom is verplichte zorg nodig. De zorgmachtiging is, zoals ter zitting besproken, bedoeld als vangnet. Belangrijk daarbij is dat in de komende periode goed gemonitord kan (blijven) worden hoe betrokkene reageert op het oefenen met vrijheden. Wanneer dit onverhoopt niet goed gaat, moet ingegrepen kunnen worden.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • opnemen in een accommodatie.
5.7.1
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte
zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte)
duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is overwogen in rechtsoverweging 5.7.1;
  • opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 november 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.