ECLI:NL:RBZWB:2026:5627

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448356 / FA RK 26-2586
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling wegens onvoldoende bewijs Korsakov

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die sinds 19 mei 2026 inbewaring is gesteld. Betrokkene verbleef op een afdeling voor mensen met dementie en complexere problematiek, maar betwistte dat zijn situatie verslechterd was en dat hij daar thuishoorde. Hij erkende zijn alcoholverslaving en wilde hulp accepteren.

De zorginstellingen gaven uiteenlopende verklaringen: [accommodatie 2] stelde dat betrokkene geheugenhiaten had door langdurig alcoholgebruik en dat zijn situatie verslechterd was, terwijl [accommodatie 1] de diagnose syndroom van Korsakov betwijfelde en stelde dat betrokkene geen verpleeghuiszorg nodig had en zelfstandig functioneerde.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen sprake was van een blijvende neurocognitieve stoornis en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat betrokkene het syndroom van Korsakov had of een gelijkgestelde aandoening, en dat de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling niet waren vervuld.

De rechtbank wees het verzoek tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling af. De beschikking werd mondeling gegeven op 26 mei 2026 en schriftelijk op 2 juni 2026 vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het syndroom van Korsakov.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448356 / FA RK 26-2586
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende bij [accommodatie 1] , [locatie] , [afdeling] te [plaats 1] ,
advocaat: mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026 bij de [accommodatie 1] , [locatie] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat.
Namens [accommodatie 1] :
- zorgadviseur, de heer [persoon 1] ;
- specialist ouderengeneeskunde, de heer [persoon 2] ;
- verpleegkundige, mevrouw [persoon 3] .
Namens [accommodatie 2] :
- regiebehandelaar, mevrouw K. Kleinjan;
- verpleegkundig specialist, mevrouw [persoon 4] .

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling bij [accommodatie 1] , [locatie] , te [plaats 1] . De burgemeester van Tilburg heeft de inbewaringstelling op 19 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, kort samengevat, het volgende naar voren. De conclusie dat de situatie snel is verslechterd, deelt betrokkene niet. Hij was niet vervuild, kon voor zichzelf zorgen en had zijn buikwond onder controle. Met een inbewaringstelling is dan ook te snel ingegrepen. Betrokkene verblijft nu op een afdeling tussen mensen met dementie en complexere problematiek. Daar hoort hij niet thuis. Betrokkene benadrukt dat eerder sprake was van een vrijwillige opname bij [accommodatie 2] in [plaats 2] . Daar werd de sfeer benauwend en verstikkend waarna betrokkene weg is gegaan. Betrokkene kwam tot de conclusie dat zijn opname bij [accommodatie 2] hem geen stap verder bracht. Betrokkene erkent dat het niet verstandig was om vervolgens uit contact met zijn behandelaars te gaan. Betrokkene wil vrij zijn in doen en laten, met een goede behandeling. De alcohol speelt al lange tijd een grote rol in zijn leven. Hij wil daaraan meer richting kunnen geven. Betrokkene zegt toe hier hulpverlening voor te willen accepteren. Dit heeft betrokkene eerder laten zien bij zijn behandeling bij de Dubbele Diagnose - kliniek.
4.2.
Namens [accommodatie 2] is, samengevat, verklaard dat betrokkene 1,5 jaar in zorg is binnen een klinische setting bij [accommodatie 2] . Voor het laatst is betrokkene opgenomen bij [accommodatie 2] in [plaats 2] . Daar is betrokkene vertrokken zonder contact op te nemen. Gezien werd dat bij betrokkene sprake was van hiaten in het geheugen door langdurig alcoholgebruik. Hoewel betrokkene welbespraakt is, ontbreekt het hem aan vaardigheden voor plannen, het verzorgen van eten en het doen van de huishouding. Gezien werd dat betrokkene herviel in gebruik en hij behandeladviezen ten aanzien van zijn buikwond niet opvolgde. De situatie van betrokkene is in een aantal weken fors verslechterd, waarbij hij ook antibiotica weigerde. Toen betrokkene vertrok bij [accommodatie 2] , waren er grote zorgen over hem.
4.3.
Namens [accommodatie 1] is, samengevat, verklaard dat de diagnose syndroom van Korsakov niet wordt onderschreven. Die diagnose is enkel gebaseerd op basis van een klinisch beeld van betrokkene. Op de afdeling wordt gezien dat betrokkene vooral problemen heeft met zijn verslaving aan alcohol. Betrokkene heeft geen verpleeghuisverzorging nodig. Hij is niet afhankelijk van deze zorg. Dat betrokkene somatische verzorging nodig heeft, wordt op de afdeling evenmin gezien. Dat betrokkene hiaten zou hebben in zijn geheugen wordt ook niet waargenomen. Betrokkene is welbespraakt, onthoudt namen en kan vertellen over wat er recent en langer geleden is gebeurd. Betrokkene komt zelf zijn eten en drinken halen en hij verzorgt zichzelf zelfstandig. Hij deelt zelf zijn dag in, heeft een normaal dag- en nachtritme en gebruikt zelf zijn medicatie. Gelet hierop wordt aan de diagnose syndroom van Korsakov ernstig getwijfeld. Daarbij speelt ook een rol dat er discrepanties zijn tussen de stukken van de huisarts en [accommodatie 2] . De conclusie in het kader van dit verzoek moet zijn dat betrokkene zorg nodig heeft, echter niet binnen de accommodatie waar hij nu verblijft. Betrokkene heeft verslavingszorg nodig.
4.4.
De advocaat bepleit, samengevat, het volgende. Primair stelt betrokkene zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Bij betrokkene staat niet vast dat sprake is van Korsakov. Eerder is bij [accommodatie 2] gezien dat sprake was van een middelgerelateerde- en verslavingsstoornis en persoonlijkheidsstoornis. Van blijvende neurocognitieve stoornissen c.q. een aantoonbare hersenbeschadiging is geen sprake. Dit leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een stoornis in het kader van de Wzd. Subsidiair, wanneer de rechtbank aanneemt dat er wel sprake is van een gelijkgestelde aandoening, dient het verzoek ook te worden afgewezen. Er is immers geen sprake van gedragsproblemen of regieverlies wat leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dat hiervan geen sprake is, wordt namens [accommodatie 1] bevestigd. Meer subsidiair geldt dat een beroep wordt gedaan op vrijwilligheid, en het verzoek om die reden dient te worden afgewezen. Van verzet is immers geen sprake. Betrokkene zegt weliswaar van de afdeling weg te willen, maar handelt hier niet naar. Hij accepteert de zorg. Bovendien is eerder gezien dat betrokkene hulpverlening langdurig in het vrijwillig kader heeft geaccepteerd. Betrokkene wil graag het gesprek met de [accommodatie 2] aangaan over passende hulpverlening, echter niet meer met een verblijf bij [accommodatie 2] , nu hij dit als traumatisch heeft ervaren.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met artikel 38 en Pro artikel 39 Wzd Pro kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
5.2.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is uit hetgeen is besproken ter zitting, met name de toelichting namens [accommodatie 1] , niet, althans nu onvoldoende, vast komen te staan dat er bij betrokkene sprake is van het syndroom van Korsakov, en daarmee aan een aandoening die gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische stoornis of verstandelijke handicap.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat op de afdeling waar betrokkene verblijft geen kenmerken worden gezien die duiden op de in de medische verklaring genoemde diagnose. Deze diagnose wordt door de specialist ouderengeneeskunde in twijfel getrokken. Dat betrokkene zorg behoeft staat niet ter discussie, echter dit betreft niet de verpleeghuiszorg in het kader van de Wzd.
5.5.
Gelet op het voormelde is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 02 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.