ECLI:NL:RBZWB:2026:5628
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor reisdocument en vakantie van minderjarige
Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige zoon, die de Roemeense nationaliteit bezit. De moeder vordert vervangende toestemming voor het aanvragen van een Roemeens paspoort en voor een vakantie met de zoon naar familie in Roemenië en Hongarije tijdens de zomervakantie 2026, omdat de vader weigert toestemming te geven. Tevens vordert zij dat de vader een eigen zorgverzekering afsluit en haar betaalde zorgpremies vergoedt.
De vader is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, ondanks oproep. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert toewijzing van de vorderingen omtrent de vervangende toestemming, omdat dit in het belang van het kind is. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Nederlands recht van toepassing is.
De vorderingen tot vervangende toestemming voor het reisdocument en de vakantie worden toegewezen, omdat dit het belang van het kind dient. De vakantie wordt beperkt tot de landelijke zomervakantieperiode van 13 juli tot 21 augustus 2026. De vorderingen met betrekking tot de zorgverzekering worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en twijfel over de bevoegdheid van de familierechter.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vervangende toestemming voor reisdocument en vakantie toegewezen, zorgverzekeringsvorderingen afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.